zondag 12 mei 2013

Wen Amon


DE REIS VAN WEN-AMON NAAR FENICIË

 

Vondst:

Gevonden te Al-Hibah in 1890. Wladimir Golenischeff koopt in 1891 het papyrus te Caïro in Egypte en het bevindt zich nu in het Pushkin museum van Schone Kunsten van Moskou. Het Pushkin papyrus nr.120 is opgesteld in de 11e eeuw v.C. Het is hoogstwaarschijnlijk ook een kopie. Tegen het einde van de tekst zien we een wat ander handschrift verschijnen. De hiëroglyphen werden gepubliceerd door Gardiner in 1932 en de hiëratische tekst verscheen in 1960 van de hand van Korostovcev.

 

Datering:

De eerste helft van de 12e eeuw v.C is het meest waarschijnlijk. Er doen wel pleidooien voor een jongere datering de ronde, maar dat is toch niet erg waarschijnlijk. Bij de exacte datering zien we 1060 bij Albright, 1070/1075 in de meeste andere bronnen, maar het meest in aanmerking komt toch 1082/1, want er is sprake van het 5e jaar van de wedergeboorte (wh.m-msw.t) en dat staat gelijk aan het 19e jaar van Ramses XI. Het vervelende is nu, dat de Egyptische chronologie niet eensluidend is. Zo geeft de ene bron voor de regering van Smendès + Herihor 1090-1085 aan en in een andere bron lezen we, dat Smendès regeerde van 1070-1044.

Nu wordt deze farao Ramses XI = Menmaatresetepenptah in het verhaal helemaal niet genoemd, maar dat moet te wijten zijn aan zijn tanende macht en de algehele chaos daarbij.

Er is zelfs nog een Ramses XII, maar die schopt het slechts tot schaduwkoning.

 

Echt of fictie?

Er wordt gewezen op de niet met elkaar kloppende dateringen in het verhaal zelf.  Wellicht was het een begin van een roman. Daar staat tegenover, dat de hiëratische tekst en de wijze van schrijven wel past bij de 12e eeuw v.C. De meeste onderzoekers neigen ernaar de tekst toch als echt te beschouwen. Dit in tegenstelling tot de Parahaiba inscriptie, waar het net andersom is. Overigens wordt de bijval voor de echtheid wel minder, want zo is bijvoorbeeld bekend geworden, dat de Wen Amon papyrus tegelijk werd gevonden met het verhaal van Woe (Pushkin papyrus 127) en dat is wel duidelijk een historische fictie.

Op de achterkant van de Wen Amon papyrus staat overigens: Zending van koopwaar door Ni-ki door het agentschap van Ne-pz-K-r-t voor een niet-gespecificeerde betaling.

 

De omstandigheden.

In naam regeert nog Ramses XI in geheel Egypte. In Zuid-Egypte neemt echter de hogepriester Herihor te Thebe een tamelijk onafhankelijke positie in. In Noord-Egypte doen Smendès en Tanetamon te Tanis hetzelfde. Zij worden ook wel ‘de groten van Egypte’ genoemd (‘3j.w n Km.t). In Byblos is Zakar Baal de baas. Deze naam duikt op pijlpunten uit om en nabij dezelfde tijd op. De Libanon heeft nog net niet te maken met de eerste Assyrische inval (1075 v.C) door Tiglat-Pileser I, die dan ook nog niet wordt genoemd.

 

What is in a name?

Wij zeggen tegen de hoofdrolspeler: Wen Amon. De fransen houden het op Ounamon. De Russen vinden het Un-Amuna.In het Egyptische schrift van toen luidt het echter: Wn-’Imn.

 


 

Het verhaal:

 

Jaar 5, 4e maand van het 3e seizoen, 16e dag [=20 april]:  de dag, waarop Wen-Amon, chef van de voorhof van het huis van Amon [Heer van de tronen] van de twee landen, vertrok om hout te vinden voor het grote en hoge schip van Amon-Re, opperheer van de Goden, die is in [de rivier, geheten] ‘User-het-Amon’. 

 

Was het kopen van hout voor de reparatie van het schip van Amon niet slechts een aanleiding, wellicht zelfs voorwendsel voor een hoger doel? Namelijk het opnieuw aanknopen van de handelsrelatie met Byblos. Wen Amon gaat daarvoor voor Zuid-Egypte op pad; de relaties met Noord-Egypte bestonden nog steeds.

 

Op de dag, dat ik aankwam te Tanis, de plaats [waar Ne-su-Ba-neb]-Ded en Ta-net-Amon waren, overhandigde ik de brieven van Amon-Re, opperheer van de Goden, aan hen en zij lazen hem in hun aanwezigheid. En zij zeiden: “Ik zal doen wat Amon-Re, opperheer van de Goden, onze [heer] heeft gezegd.

Ik verbleef de 4e maand van het 3e seizoen in Tanis. En Ne-su-Ba-neb-Ded en Ta-net-Amon zond mij met de kapitein van het schip, Menget-bet, en ik scheepte in op de grote Syrische zee in de 1e maand van het 3e seizoen, dag 1.

 

Mengebet is kapitein van het schip (br). Ook in het Ugaritisch (1400 v.C) komt ‘br’ als schip voor. Zelfs Herodotos vele eeuwen later noemt nog een ‘baris’.Er is sprake van de Syrische zee en nog niet van de Fenicische zee! Op zich logisch, want de naamgeving Fenicisch komt pas bij de Grieken. Er wordt echter niet gesproken van de zee van de Libanon. Syrië moet in deze tijd al een bekende streek geweest zijn en wel gelegen boven Byblos.

 

Ik kwam aan te Dor, een stad van de Tjekker, en Beder, haar prins, en liet mij 50 broden, een kruik wijn en een bout rundvlees sturen. En een man van schip vluchtte en stal een [....] van goud, naar [schatting] van 5 deben,  4 zilveren kruiken, met een waarde van 20 deben, en een zak met 11 zilveren deben.  [Het totaal van wat] hij [heeft gestolen]: 5 deben goud en 30 deben zilver.

 

Omgerekend is dit 455 gram goud en bijna 3 kg zilver.

 

Ik stond ’s-morgens op en ging naar de plaats, waar de prins was, en ik zei tegen hem: “Ze hebben me bestolen in jouw haven. Jij bent de prins van dit land, en jij bent de onderzoeker die mijn zilver  zou moeten zoeken. Dit zilver is van Amon-Re, opperheer van de Goden, heer van de landen; het is van Ne-su-Ba-neb-Ded; het is van Heri-Hor, mijn heer, en het is van andere personen in Egypte. Het is van jou; het is van Werret; het is van Mekmer; het is van Zakar Baal, de prins van Byblos.”

 

Het blijft onduidelijk wie Werret en Mekmer zijn. Waarschijnlijk zijn het Egyptenaren.

 

En hij zei tegen mij: “Ook al ben je belangrijk en ook al ben je eminent, neem je in acht.! Ik accepteer niet de beschuldiging, die je aan mijn persoon richt. Veronderstel, dat het een dief was geweest, die aan boord van jouw schip ging en jouw zilver zou hebben gestolen, dan zou ik je hebben gecompenseerd vanuit mijn schatkist totdat ze die dief van jou hadden gevonden, wie het dan ook zijn mag. Maar de dief, die jou beroofde, komt van jou zelf af! Hij hoort bij jouw schip! Blijf als mijn gast een paar dagen, zodat hij gezocht kan worden.

Ik bleef 9 dagen voor anker liggen [in] zijn haven, en ik ging naar hem toe en zei hem: “Luister, je hebt mijn zilver niet gevonden. [Laat] me [gaan] met de scheepskapiteins en met degenen die [naar] de zee gaan.” Maar hij zei tot mij: “Wees stil! ---“  ----

 

Kennelijk weet Wen-Amon van Dor naar Tyrus te komen, maar het papyrus zegt daar niets over.

 

Ik vertrok uit Tyrus bij daglicht ---

 

Wen-Amon reist verder van Tyrus (via Sidon) naar Byblos. Het papyrus rept daar niet over, maar kennelijk weet Wen Amon in ieder geval zijn zilver weer terug te vinden.

 

Zakar Baal, de prins van Byblos --- schepen.  Ik vond 30 deben zilver er in en ik nam het in bezit. 

[En ik zei tot de Tjekker: “Ik heb] je zilver , en het blijft bij mij [totdat je het zilver van de dief hebt gevonden], die het heeft gestolen! Alhoewel je het niet hoeft te hebben gestolen, het blijft bij mij. Maar wat betreft jij ---“  Ze gingen weg en ik vierde mijn overwinning in een tent [die geplaatst was] op de kust van de [zee], [in] de haven van Byblos.  En [ik verborg] Amon-van-de-weg en plaatste zijn eigendom binnen hem.

En de [prins?] van Byblos stuurde me een waarschuwing, waarin hij zegt: “Verlaat [mijn] haven!” En ik antwoordde hem: ”Waar [zal ik heengaan]?--- Als [je een schip hebt,} dat me kan vervoeren, stuur me dan terug naar Egypte”  Dus verbleef ik 29 dagen in deze [haven, terwijl] hij de tijd [vond] om me dagelijks te laten komen en dan tegen me te zeggen: ”Verlaat mijn haven”. 

 

Wen Amon verbergt het teruggevonden zilver in het meegenomen beeld van Amon. Zijn ontvangst te Byblos is zeer koel. Hoe langer een berichtgever aan een hof moet wachten, hoe minder belangrijk hij is. De relatie met Egypte stond dus wel op een heel laag pitje!

 

Dan, toen hij bezig was om offers te brengen aan de goden, greep de god een van zijn jonge mannen en nam bezit van hem.

En hij zei tegen hem: “ Breng [de] god! Breng de berichtgever, die hem bracht! Het is Amon, die hem stuurde. Hij was het die hem liet komen!

 

Het is niet onmogelijk, misschien zelfs waarschijnlijk, dat Wen Amon de hulp van de zogenaamd bezeten jonge man heeft ingeroepen om een gesprek met de Prins af te dwingen.

 

 En terwijl de bezeten [jonge man] de nacht doorbracht in een razernij, vond ik een schip, dat naar Egypte afvoer en ik laadde al mijn bezittingen erin.  Ik wachtte ongeduldig op de duisternis, met de gedachte, dat zodra die in zou vallen, ik de god aan boord van het schip kon brengen, zodat niemand hem zou zien, totdat de havenmeester mij vond en zei: “Wacht tot het morgen is, dat zegt de prins.”

En ik zei hem: “Was jij het niet toevallig, die de tijd had om elke dag naar me toe te komen en tegen me te zeggen: ‘ ‘ Ga weg [uit] mijn haven? ‘ ‘’  En vanavond zeg je tegen me: “ Wacht totdat het schip, dat ik heb gevonden, vertrokken zal zijn en [dan] kom je weer naar me om [te] zeggen: ‘’Wegwezen’’”.

Daarmee ging hij weg en vertelde het aan de Prins. En de Prins zond een bevel aan de kapitein van het schip, dat luidd: “Wacht tot de morgen, zegt de Prins.”

Toen het morgen werd liet hij me komen  en beval mij op te staan, maar de god bleef in de tent, waar hij was aan de zeekust. En ik kwam bij hem, terwijl hij zat [in] zijn hoge kamer met zijn rug gekeerd naar het raam, zodat de golven van de grote Syrische zee uiteen braken tegen de achterkant van zijn hoofd.

 En ik zei tegen hem: “Moge Amon goedgunstig op je neerkijken”.  Maar hij zei tegen me: “Hoe lang is het nu geleden, dat je kwam van de plaats, waar Amon is? Dus ik zei: “Vijf maanden en 1 dag tot nu toe.”

 

Wen-Amon is al vijf maanden onderweg. Hij is al een maand in Byblos en verbleef 9 dagen in Dor. Verder moet hij minstens 1 week onderweg geweest zijn naar Dor. Dat laat nog minstens drie maanden onverklaard, of hij zou die tijd in of bij Sidon of Tyrus doorgebracht moeten hebben!

 

 En hij zei tegen me: “Je was waarheidsgetrouw. Het is goed! Waar is de brief van Amon, die[in jouw bezit] dient te zijn? Waar is het bericht van de hogepriester van Amon, die [in jouw bezit] dient te zijn?  En ik sprak aldus: “Ik gaf ze aan Ne-su-Ba-neb-ded en aan Ta-net-Amon”.

En hij was daar helemaal niet blij mee. En zei tegen mij: “Laten we eens kijken! Je hebt noch brieven, noch berichten in je hand! Waar is het schip van cederhout, dat Ne-su-Ba-neb-ded  je gaf?  Waar is de Syrische bemanning? Leverde hij je niet uit aan deze vreemde zeekapitein, zodat hij je kon doden en overboord in de zee kon werpen? [En dan] wie zouden zij hebben belast met het zoeken van de god? En jij hebt ook ------ wie zouden zij hebben belast met jou te zoeken?”  Aldus sprak hij tot mij.

 

Kennelijk is Wen-Amon onderweg bij Dor of Tyrus, of Sidon zijn schip kwijtgeraakt. Met welk schip kwam hij aan in Byblos?

 

Maar ik zei tegen hem: ” Was het een Egyptisch schip of niet? Want inderdaad, de bemanningen, die voeren onder het bevel van Ne-su-Ba-neb-Ded, waren Egyptisch! Hij had geen Syrische bemanningen.”

En hij zei tegen mij: “Zijn er geen 20 schepen in mijn haven, die handelen met Ne-su-Ba-neb-Ded? Wat betreft dit Sidon, de andere [plaats], waarlangs je kwam, zijn daar niet 50 schepen, die handel drijven met Werket El en die afhankelijk zijn van/varen op zijn huis?”

 

Zakar Baal gaat ervan uit, dat Wen-Amon met een Syrisch schip gekomen moet zijn. Hij heeft kennelijk in tijden geen Egyptisch schip gezien. Hij noemt dan ook de schepen in zijn haven en in die van Sidon, die duidelijk niet-Egyptisch zijn. Werket-El (Wrktr) moet in Egypte zijn.

 

Hierna was hij lange tijd zwijgzaam. En hij antwoordde en zei tegen mij: “Welke zaken doen je tot mij komen?”

 

Het papyrus is soms inconsistent. Wen-Amon heeft geen vraag gesteld en Zakar Baal geeft kennelijk een antwoord!

 

Dus ik zei hem: “Ik kwam om hout te vinden vinden voor het grote en hoge schip van Amon-Re, opperheer van de goden. Jouw vader gaf [het], jouw grootvader gaf [het]en jij zal het ook geven!”  Aldus sprak ik tot hem.

 

Zakar Baal is de derde vorst uit dezelfde dynastie. Het is waarschijnlijk het jaar c.1081 v.C. De dynastie moet dus al minstens vanaf de helft van de 12e eeuw v.C in Byblos hebben geregeerd!

 

Maar hij zei tegen me: “Zeker deden zij dat! En als je mij er [wat] voor terug geeft, zal ik het ook doen.

Alternatieve tekst:{Dat wat (mijn vaders) gedaan hebben en dat wat je me beweegt te doen, ik zal dat doen}

Inderdaad, toen mijn volk die taak uitvoerde, zond de farao – leven, welvaart, gezondheid! – 6 schepen geladen met Egyptische handelswaar en laadde ze uit in mijn pakhuizen. Maar jij, wat breng jij nu eigenlijk mee?”  En hij liet de rollen brengen van de  annalen van zijn voorvaders, en hij gaf opdracht die voor te lezen in mijn aanwezigheid, en zij traceerden een duizend deben van zilver en allerhande zaken in zijn rollen.

Daarom zei hij tegen mij: “ Als de regeerder van Egypte mijn heer zou zijn en ik zijn dienaar zou zijn, zou hij geen zilver of goud hebben gezonden met het bericht: ‘ ‘ Voer het bevel uit van Amon’ ‘. Ze zouden niet een koninklijke gift hebben gestuurd, zoals het de gewoonte was in de tijd van mijn vader. Wat mij betreft, ik ben noch je dienaar, noch dien ik degene door wie je gezonden bent! Als ik naar Libanon roep, dan openen de hemelen zich en het hout zal liggen [aan] de zeekust! Geef me de zeilen, die je hebt om de schepen in gang te zetten, die het hout moeten vervoeren [naar Egypte]! Geef me de touwen, die je hebt om het [ceder]hout vast te [sjorren], dat ik moet omhakken voor  jouw [schip?] dat zal ik voor je doen [zoals] de zeilen voor je schepen en het rondhout  zal [te] zwaar zijn en zal breken en je zult sterven midden op zee! Helaas, Amon maakte donder in het firnament toen hij Seth naast hem plaatste. Want inderdaad, toen hij alle landen inrichtte door ze te stichten en hij bepaalde het land van Egypte, waar je vandaan komt bovenal; want de vaardigheden kwamen hier vandaan om te komen op de plaats, waar ik ben.

Alternatieve tekst:{Amon heeft alle landen gesticht; hij heeft ze gesticht, maar hij heeft bovenal het land Egypte gesticht, waar jij vandaan komt. En het is vanuit Egypte, dat de perfectie komt om mijn eigen land te bereiken; het is vanuit Egypte, dat de wijsheid komt om tot mijn eigen land te komen.}

Wat zijn dit voor stomme reizen, die jij verplicht bent te maken?”

 

De tijden zijn kennelijk veranderd. Zakar Baal voelt zich helemaal geen vazal meer van de farao. Maar Wen-Amon denkt daar anders over: Overigens noemt Zakar Baal nauwelijks de farao. Hij moet bekend zijn geweest met de toestand in Egypte.

 

En ik zei tegen hem: “[Het is] niet waar! Mijn boodschappen [zijn] geen stomme reizen! Er is geen boot in de Rivier, dat niet tot Amon behoort! De zee is van hem en Libanon, waarvan jij zegt, dat het van jou is, is van hem. Het vormt  de kweekplaats van User-het-Amon, heer van [ieder] schip! Zeker sprak hij – Amon-Re, opperheer van de Goden – en zei tot Heri-Hor, mijn heer: ‘ ‘ Stuur me!’ ‘ Daarom beval hij mij om te komen, de grote god meenemend. Maar helaas, je bevorderde dat deze grote god voor anker lag gedurende 29 dagen [in] jouw haven, alhoewel je [dat] niet wist. Is hij niet hier? Is hij niet de[zelfde] wat hij was? Je bent [hier] aangesteld om de handel van de Libanon met Amon, zijn heer,  voort te zetten.

Over wat je zei over de vroegere koningen, die zilver en goud zouden hebben gezonden, ........ dat zij leven en gezondheid hadden; [dan] zouden ze niet zulke zaken hebben opgestuurd! [Maar] zij zonden het naar je vaders in plaats van leven en gezondheid.  Nu, wat betreft Amon-Re, opperheer van de goden, hij is de heer van dit leven en van deze gezondheid, en hij was de heer van onze vaders. Zij wijdden hun levens aan het doen van offers aan Amon. En jij bent ook de dienaar van Amon! Als je zegt ‘’Amon: ja, ik zal [het] doen!’’ en als je de opdracht zal uitvoeren, zul je leven, zul je welwarend zijn, zul je gezond zijn en je zult een zaak hebben van goed doen voor je gehele land en je volk. [Maar] wens  je niet voor jezelf iets, dat behoort aan Amon-Re [opperheer van] de goden. Waarom wil een leeuw zijn eigen eigendom. Laat je secretaris komen, zodat ik hem naar Ne-su-Ba-neb-Ded en Ta-net-Amon, de bestuurders, die Amon aanstelde voor het noorden van zijn land en zij zullen al de zaken vergaren om hierheen te zenden. Ik zal hem opdracht geven om tegen hen te zeggen: “ Laat het brengen, zodat ik weer naar het zuiden kan gaan”, en [dan] zal ik in de gelegenheid zijn te betalen voor elk onderdeel van de schuld [aan jou].”  Aldus sprak ik tot hem.

 

Ondanks de grootspraak van Wen-Amon gaat hij toch akkoord met een uitwisseling van produkten!
Als teken van goede wil worden er alvast wat houtblokken richting Egypte gestuurd.

 

Daarom vertrouwde ik mijn brief toe aan zijn berichtgever en laadde de kiel, het achterschip en de voorsteven met vier gehakte houtblokken ernaast – zeven in totaal – en zond ze naar Egypte. En in de 1e maand van het 2e seizoen kwam de berichtgever, die naar Egypte was gegaan, terug bij mij in Syrië.  En Ne-su-Ba-neb-Ded en Ta-net-Amon zonden: 4 potten, 1 kak-men goud; 5 zilveren kruiken, 10 kledingstukken van koninklijk linnen; 10 kherd van goed linnen van Boven-Egypte; 500 rollen van afgewerkt papyrus, 500 koeienhuiden; 500 touwen; 20 zakken met linzen en 30 manden vis. En ze overhandigde me [persoonlijk?]:  5 kledingstukken van fijn linnen van Boven-Egypte; 5 kherd van fijn linnen uit Boven-Egypte; een zak linzen en 5 manden met vis.

En de prins was verheugd en hij  wees 300 man en 300 dieren aan en stelde opzichters over hen aan, zodat ze de bomen zouden gaan omhakken. Derhalve hakten ze het om en het was in het 2e seizoen.

 

Ta-net-Amon lijkt persoonlijk de gevraagde goederen te zijn komen brengen!
De tijd verstrijkt. Het 3e seizoen komt eraan. Is dat het 3e jaar?

 

In de 3e maand van het 3e seizoen, sleepten ze het hout [naar] de zeekust en de Prins verscheen en hield daarnaast halt. En hij beval, dat ik moest komen, terwijl hij zei:  “ Kom!” Toen ik bij hem kwam viel de schaduw van de lotusbloem over mij heen.  En Pen-Amon, een hofmeier, die bij hem hoort, hield me even staand en zei: “De schaduw van de farao – leven, welvaart, gezondheid! – jouw heer, heeft je bedekt. “  Maar hij was niet tevreden met hem en zei: “Laat hem met rust!”

Daarom ging ik naar hem toe en hij antwoordde en zei: “ Nu dan, de opdracht die mijn vaders vroeger vervulden, heb ik nu [ook] uitgevoerd, alhoewel je niet voor me gedaan hebt, wat je vaders gedaan zouden hebben en wat jij ook [had moen doen]!  Nu is dan het laatste gedeelte van het hout aangekomen en [hier] aanwezig. Vervul mijn verlangens en laad het in: misschien zullen ze het niet aan jou geven?  Beschouw niet de kracht/terreur van de zee uit! Als je de kracht/terreur van de zee beschouwt, dan zul je die van mij [evenzo] ondervinden!  Inderdaad heb ik niet met jou gedaan, zoals ik deed met de berichtgevers van Ha-em-Waset, die 17 jaren doorbrachten in dit land: ze stierven hier [waar] ze waren! “

 

Mogen we hier uit concluderen, dat Zakar Baal al minstens 17 jaar aan het bewind is: dus al minstens vanaf c.1100 v.C? Ha-em-Waset kennen we echter al vanuit het 16e jaar van Ramses IX tot het 3e jaar van Ramses X (1108-1104 of 1104-1100 v.C). Zakar Baal kan dus nog veel langer in functie zijn.

 

En hij zei tot zijn hofmeier: “ Breng hem daar en laat hem het graf zien, waarin ze liggen.”

Maar ik zei: “ Laat het mij niet zien. Wat betreft Ha-em-Waset, hij zond je mannen als berichtgevers en hij was zelf een man. Je hebt niet een van zijn berichtgevers [in mij] tot wie je zou zeggen: “ Ga en ontmoet je medegezellen!” Nu dan, je zou verheugd moet zijn en opdracht geven om een gedenksteen voor je te plaatsen, waarop staat: “’ Amon-Re, opperheer van de goden, zond mij Amon van de weg, zijn boodschapper – leven, welvaart, gezondheid! – en Wen-Amon, zijn menselijke berichtgever op zoek naar hout voor het grote en hoge schip van Amon-Re, opperheer van de goden. Ik hakte het om. Ik vervoerde het. Ik vervoerde het met mijn schepen en bemanningen. Ik zorgde ervoor, dat het in Egypte kwamen zodat je kon smeken aan Amon voor 50 jaren van leven voor mijzelf over en boven mijn lot/bestemming.’” En het kan gebeuren, dat in de volheid van de tijd (=toekomst)  een berichtgever kan aankomen uit het land Egypte, die het schrijven kent en jouw naam zal lezen op de gedenksteen. En je zult water/plengoffer ontvangen [in] het westen, zoals de goden, die daar  zijn.”

 

Het krijgen van water? is kennelijk een groot geschenk.

 

En hij zei tegen me: “Wat je tegen me gezegd hebt, is een groot getuigenis  van woorden!”  Dus zei ik tegen hem: “Wat betreft de vele zaken, die je tegen mij gezegd hebt; als ik de plek bereik, waar de hogepriester van Amon is en hij ziet dan hoe je zijn opdracht [hebt uitgevoerd], dan zal het zijn [de uitvoering van deze] opdracht, dat het verschaft iets voor jou.

En ik ging [naar] de zeekust, naar de plaats waar het hout was en ik bespeurde 11 schepen van de Tjekker, die vanuit de zee kwamen met de bedoeling te zeggen: ‘Neem hem gevangen. Belemmer, dat zijn schip naar het land Egypte [gaat]!’

Toen ging ik neerzitten en huilde. En de schrijver van de Prins kwam naar mij en zei: ‘Wat is er aan de hand?’

 

Zakar Baal beschikt over een schrijver, maar er wordt nergens gewag gemaakt van een tolk. Vermoedelijk kent Zakar Baal Egyptisch!

 

En ik zei tot hem:”Heb je niet de vogels gezien, die ten tweede male op Egypte neerstrijken? Kijk naar ze! Hoe ze reizen naar de verse drinkplaatsen.!  [Maar] hoe lang zal ik hier zijn! Zie je niet, dat ze opnieuw komen om mij gevangen te nemen?”

Toen ging hij naar de Prins en legde hem de zaak voor. En de Prins begon te wenen, vanwege de woorden, die tot hem werden gesproken, omdat die medelijwekkend waren. En hij stuurde me zijn schrijver en hij bracht me twee kruiken wijn en een schaap. En hij stuurde me Ta-net-not, een Egyptische zangeres, die bij hem leefde en hij zei tot haar:” Zing voor hem. Laat zijn hart niet in treurnis zijn! “ En hij liet tot mij zeggen:” Eet en drink! Laat je hart niet in droenis zijn, want morgen hoor je, wat ik zal je te melden heb.”

De volgende morgen en hij liet zijn vergadering bijeenkomen en hij stond op temidden van hen en zei tegen de Tjekker: “[Waarom] zijn jullie gekomen?”  En zij zeiden tegen hem:” Wij komen de vervloekte. schepen afbreuk doen, die je naar Egypte zend met onze tegenstanders!”

Maar hij zei tegen hen: “ Ik kan niet de berichtgever van Amon in mijn land gevangen nemen. Laat hem vertrekken, achtervolg hem en neem hem gevangen.”

Dus scheepte ik in en zette koers naar de uitgang van de zeehaven. En de wind dreef me naar het land [van] Alashiya.

 

Kennelijk weet Wen-Amon aan zijn belagers te ontsnappen, als dan niet met hulp van Zakar Baal. Waarschijnlijk wachtte hij een gunstige wind af.

 

En de mensen van de stad kwamen eraan om me te doden, maar er .... opende zich een weg voor mij ... tussen hen en de plaats, waar Heteb, de prinses van de stad, was. Ik ontmoette haar toen ze een van haar huizen verliet en een andere wilde binnen gaan. En dus groette ik haar en zei tegen de mensen om haar heen: “ Verstaat iemand van jullie Egyptisch?”  En één van die mensen zei: “ Ik versta [het].”  Dus zei ik tegen hem: “ Laat mijn vrouwe weten, dat ik in het verre Thebe, waar Amon verblijft,  gehoord heb, dat onrechtvaardigheid is doorgedrongen in alle steden, maar integendeel, in het land van Alashiya recht wordt gedaan. Maar hier  wordt dagelijks onrecht begaan!”  En ze zei: “ Wat! Wat bedoel je met die woorden?”  En ik zei: “ Als er storm op zee is en de wind werpt me op jouw land, dan moet je niet toestaan, dat ze me gevangen nemen om me te doden, want ik ben een berichtgever van Amon. Hoor mij aan, wat betreft mij zullen ze proberen om mij te vermoorden! Wat betreft deze bemanning van de Prins van Byblos, die zij willen gaan vermoorden, zal hun heer niet 10 bemanningen van jou vinden, die hij zal doden?”

Ze ontbood de mensen, die bij elkaar kwamen. En ze zei tot mij: “ Breng de nacht door --------“

 

Het papyrus breekt hier af. Zakar Baal heeft kennelijk Wen Amon toch geholpen, want er sprake van een bemanning uit Byblos. Wen-Amon gaat weer terug naar Egypte, want anders zou het papyrus niet in deze vorm tot ons zijn gekomen. Hij is minimaal 3 jaren onderweg geweest.

 



DE SPELERS VAN HET VERHAAL

 

Wen-Amon, chef, deken, nestor of oudste lid van de voorhof van het huis van Amon [Heer van de tronen] van de twee landen. Wn-‘Imn.

 

Ne-su-Ba-neb-Ded (=Smendès) en Ta-net-Amon: Bestuurders van Boven-Egypte in Tanis. Nesoubanebdjed=N(j)-sw B3-nb-Dd(.t) en Tanetamon=T(3)-n.t-‘Imn. De laatste is wellicht een dochter van Ramses XI.

 

Menget-bet : Mengabet is de kapitein van het Egyptische schip. M’-n-g3-bw-ti.

 

Beder: prins van Dor, stad van de Tjekker. Badil is de betere naam: B3-dj-r. Verklaring: kind van El? Of degene van Dor?

 

? : een dief te Dor.

 

Heri-Hor: de heer van Wen-Amon. Eerste profeet van Amon. H.r(j)-H.r.

 

Werret: ? Warti = W3-r-ti.

 

Mekmer: ? Mikamer = M’-k3-m’-rw.

 

S/Zakar Baal: de prins van Byblos. T3-k3-rw-b-‘-r. Baal herinnert zich.

 

? : de havenmeester van Byblos.

 

Werket El: waarschijnlijk een Syrische reder van Sidon te Egypte met een vloot van 50 schepen. Warkatil = W3-r-k3-ti-r. Verklaring: gezegende van El=Barak-El.

 

? : Kapitein van een Syrisch schip.

 

Pen-Amon: een hofmeier van Zakar Baal. P(3)-n-‘Imn.

 

Ha-em-Waset: een eerdere machthebber in Egypte onder de farao’s ramses IX + X. Khaemouaset = H’(j)-m-W3s.t.

 

? : de schrijver van Zakar Baal te Byblos.

 

Ta-net-not: een Egyptische zangeres aan het hof van Zakar Baal.

Tanetnout=T(3)-n.t-Nw.t

 

Heteb: prinses van de stad Alashiya op Cyprus.

Hatiba=H.3-ti-b3.

? : tolk bij prinses Heteb.

 

 


 

Enige plaatsen:

 

Tanis              =          D’n.t

Dor                 =          Dj-r

Tjekker           =          T3-K3-r (Sakal)

Tyrus              =          D3-r

Sidon             =          Dd-dn-n3

Byblos           =          Kp-pw-n3

Libanon         =          R-b3-r-n3

Alasia            =          ‘I-r-s3

Thebe                        =          Nw.t

Kharou          =          H3-rw.w (Syrië)

 

 

 

 

H van Diessen

Apeldoorn, 2008.