vrijdag 17 mei 2013

Dubbelslag 211 in Spanje


SCENARIO DUBBELSLAG in 211 v.C.
 
Ofwel de dicht-bij-huis versie.
 
 
Start van de vijandelijkheden.
In al de jaren vanaf 218 v.C vertrekken de Romeinen voor hun veldtochten vanaf de Ebro. In dit geval is het niet geheel zeker, aangezien een jaar eerder in 212 v.C ze eindelijk Saguntum hebben ingenomen. Wellicht was dus de startpositie Saguntum of het wat noordelijker gelegen Kastalon.
 
Schematische voorstelling van de beginposities:
 
Op grotere
Afstand |_______|_______|_______|_______|_______| Gnaeus + Publius Scipio
Mago +                       op 5 dagmarsen afstand                       /
Hasdrubal Gisgo                                                                   / dichterbij
                                                                                              /
                                                                                  ------------ rivier bij Amtorgis
                                                                                  Hasdrubal Barcas
 
 
Livius XXV 32:
“De beide aanvoerders en legers vertrokken gezamelijk, voorafgegaan door de Celtiberiërs, en sloegen hun legerkamp op bij de stad Amtorgis in het zicht van de vijand, aan de overkant van de rivier. Daar bleef Gnaeus Scipio achter met de eerder genoemde troepen (1/3 van het oude leger + 20.000 Celtiberiërs) en Publius Scipio vertrok (2/3 van het oude leger) naar het voor hem bestemde oorlogsterrein.
 
 
Mago +
Hasdrubal Gisgo -------à                     ß------- Publius Scipio        Gnaeus Scipio
                                                                                                          ----------------- rivier
                                                                                                          Hasdrubal Barcas
 
 
De lokatie van Amtorgis is niet bekend. We kennen diverse andere namen met de uitgang
–torgis, maar die liggen allemaal in Andalusië en het lijkt niet erg waarschijnlijk, dat de Romeinen in dit jaar zover zuidelijk zijn opgerukt tot voorbij Nieuw-Carthago, dat ze dan dus kennelijk links zouden hebben laten liggen.
Amtorgis moet dus ergens zuidelijk van Kastalon of Saguntum liggen, maar waar?
  
Volgens Appianos (Iber.16.67) vinden we Publius Scipio dit jaar in zijn uitvalsbasis Kastalon en Gnaeus Scipio te Urso. Die laatste lokatie ligt ver in de Baetis-vallei en dat is hoogst onwaarschijnlijk. De lokalisering van Publius Scipio bij Kastalon kan wel redelijk aannemelijk zijn. Hier in de buurt moet ook de eerste veldslag hebben plaats gevonden.
 
Beginfase dubbelslag.
 
Publius Scipio rukt met zijn leger op in de richting van de legers van Mago en Hasdrubal Gisgo. Onderweg wordt hij echter al aangevallen door de Numidische ruiterij van Massinissa. Publius Scipio slaat een kamp op, dat na verloop van tijd haast belegerd wordt. Dan nadert ook nog eens Indibilis of Andobales met 7500 Suessetanen, die zich bij de legers van Mago en Hasdrubal Gisgo willen voegen. De Suessetanen leven aan de monding van de Ebro en kunnen normaal gesproken eigenlijk alleen maar vanuit het noorden aangemarcheerd komen.
Publius Scipo besluit met deze vijand eerst af te rekenen.
Als Kastalon de uitvalsbasis van Publius Scipio was, dan moet zijn legerkamp ergens in de streek van Onda – Ribesalbes – San Juan de Moro gelegen hebben. Op zijn weg ter onderschepping van Andobales kan hij dan de pas via Borriol -> Puebla Tornesa genomen hebben in de richting van ILITURGI (Cabanes).
Publius Scipio weet met zijn leger ook werkelijk de strijdmacht van Andobales te bereiken en krijgt in eerste instantie de overhand. “Het was meer een gevecht van marscolonnes dan van slaglinies” (Liv.XXV,34). Al spoedig wordt hij echter opnieuw belaagd door de ruiters van Massinissa en moet zich naar meer kanten weren. Als dan de Carthaagse hoofdmacht onder Mago en Hasdrubal Gisgo arriveert is er geen houden meer aan. De troepen van Publius Scipio worden omsingeld.
 
 Ondertussen:
 
Koud heeft Publius Scipio zijn hielen gelicht bij het kamp van Gnaeus Scipio, of Hasdrubal Barcas gaat over op een typische actie van hem. Hij is niet zo’n vechtersbaas, maar meer een tacticus, die via andere middelen toch vaak zijn doel weet te bereiken. Hij knoopt onderhandelingen aan met de hoofdmannen van de bij Gnaeus aanwezige 20.000 Celtiberiërs en weet hen om te kopen.
De Celtiberiërs gaan doodleuk naar huis en haard. Wellicht zal een aantal ook dienst genomen hebben bij Hasdrubal Barcas. Feit is dan, dat Hasdrubal Barcas een sterker leger heeft dan dat van Gnaeus Scipio. Bovendien: “Evenmin kon hij (=Gnaeus) zich weer met zijn broer verbinden”(Liv.XXV 33). Kennelijk was Publius Scipio al te ver van hem verwijderd. Eigenlijk pleit dit ene zinnetje ervoor, dat de strijd zich over grotere afstanden in Spanje heeft afgespeeld en minder voor de dicht-bij-huis hypothese.
Gnaeus Scipio komt dus tot de enige juiste conclusie, dat hij zo snel mogelijk terug moet naar veiliger oorden. Hij gaat op de terugtocht, maar doet dat niet over vlak terrein vanwege zijn kwetsbaarheid op het gebied van de ruiterij. Hij gaat via de bergen en dat kan een langdurige kwestie geweest zijn.
  
Er volgt een wigvormige aanval, waarbij Publius Scipio sneuvelt. Daarop verlaten de Romeinen hun rangen en vluchten alle kanten op. “Er werden dan ook bijna meer mannen op de vlucht dan in de strijd gedood en er zou niemand in leven zijn gebleven als de dag niet snel ten einde was gelopen en de nacht was ingevallen” (Liv.XXV,34).
 
De Carthaagse generaals doen daarop het enig juiste. Ze gaan niet over tot langdurige achtervolgingen van de Romeinen, maar verzamelen hun troepen en gaan onmiddellijk in de richting van Hasdrubal Barcas om hem te helpen om ook Gnaeus Scipio uit te schakelen. Waarschijnlijk kunnen hierdoor toch nog aardig wat Romeinen ontsnappen naar achter de Ebro of terug naar het legerkamp van Publius Scipio, dat door Tiberius Fonteius nog gehouden wordt.

Zie ook: Map 57.41  Evidence of the second Punic War in Iberian Settlements South of the Ebro    A Oliver Foix
 

Om nu een vervolg te kunnen maken moeten we vooruit in het bericht over de dubbelslag.

1e aanwijzing:

Livius XXV, 36: “In het achtste jaar na zijn komst naar Spanje stierf Gnaeus Scipio, 29 dagen na zijn broer”. Kennelijk is Gnaeus Scipio lang bezig geweest om via de bergen zijn terugtocht te organiseren, maar 29 dagen is wel erg lang. Dan kun je toch met slechts 20 km per dag zo’n 500-600 km overbruggen! En dat moet genoeg zijn om de Ebro te bereiken. Misschien is dus dit bericht over 29 dagen niet helemaal juist.

2e aanwijzing:

Livius XXV,36: “Toch zocht nog een groot deel van de soldaten zijn toevlucht in naburige bossen en vluchtte vandaar naar het kamp van Publius Scipio.” In deze weergave van de gang van zaken zou dat betekenen, dat Gnaeus Scipio er in geslaagd is in de buurt van Kastalon te komen!

3e aanwijzing:

Livius XXV, 35:”Gekweld door deze zorgen zag hij er voorlopig alleen heil in zover mogelijk terug te wijken.”  Gnaeus Scipio is zijn Celtiberische bondgenoten kwijt en ziet, “dat het aantal troepen van de vijand sterk was toegenomen.”  Dit kan een deel van de opgebroken voormalige bondgenoten zijn, maar waarschijnlijker is, dat Mago en Hasdrubal Gisgo zijn.

Gnaeus Scipio weet in één nacht een voorsprong te verwerven, maar wordt na 1 dag toch al achterhaald door de Numidiërs. Gnaeus trekt zich terug op een kale heuvel en wordt door de inmiddels aangekomen 3 Carthaagse bevelhebbers belaagd en uitgeschakeld.

Het betrof een zachtglooiende heuvel, waren bossen in de buurt en er sprake van een stevige toren, die in brand gestoken moest worden.

Al bij al zijn het toch te weinig aanknopingspunten om tot een nadere lokatiebepaling te kunnen komen.

4e aanwijzing:

Plinius NH III,7: Hij noemt het graf van Scipio bij Ilorci in een bocht van de rivier de Baetis (=Guadalquivir). Ilorci moet echter volgens een aantal huidige auteurs het huidige Lorqui zijn, maar dat ligt aan de Tader (Segura).  Naar mijn mening komt echter vlakbij het huidige Archena meer daarvoor in aanmerking. Voor het graf komt ook de bocht van de Baetis bij Garganta in het gebergte van Cazorla in aanmerking. Over welk graf gaat het?  Het kan van beiden zijn, maar het is toch het meest waarschijnlijk, dat het het graf van Gnaeus betreft.

Als dat het geval is, dan is het een raadsel, waarom zover zuidelijk ter hoogte van Nieuw-Carthago. Gnaeus was namelijk vele dagen bezig met een terugtocht, of werd het uiteindelijk een vlucht naar voren?

Een archeologische inbreng:

Puntal dels Llops wordt verwoest in het jaar 211 v.C!

Zie OLA 33: La deuxième guerre punique dans l’est ibérique à tracers les données archéologiques, P.Guérin / H.Bonnet / C.Mata, 1988/1989, Leuven.

                                                                                              Saguntum
                                                                                              Sagunto
                                                                                              Romeins in 212 v.C?
                                                           Olocau
                                                           Puntal dels Llops
                                                           Verwoest in 211 v.C
                                   Edeta
                                   Lliria
Bigrarra?
Bugarra ------------------------------------ Riu Turia ----------------------------------------à
 

 

Puntal dels Llops moet in de periode van de dubbelslag betrokken zijn geweest bij de stijd, maar bij welke gelegenheid? Bij de opmars van beide Scipio’s?, of was hier het legerkamp van Publius Scipio? Als ‘last stand’van Gnaeus komt de plek minder in aanmerking, want daar was alleen sprake van een stevige toren en hier ligt een heel complex van gebouwen, of wat er van over is.

Ook het nabij gelegen Bugarra (=Bigarra bij Ptolemeus) trekt de aandacht, want die plaats werd al eerder als strijdtoneel in deze oorlog genoemd. De plaats ligt aan een rivier en misschien was dit wel Amtorgis?

Edeta is ook een plaats uit de oudheid en specifiek ook tijdens de 2e helft van de 3e eeuw v.C, want het was de hoofdstad van de Edetanen.

Al deze plaatsen kunnen een rol gespeeld hebben bij de gebeurtenissen t.t.v. de dubbelslag, maar definitief uitsluitsel daaromtrent valt niet te geven. Het past allemaal wel in de dicht-bij-huis theorie.