donderdag 16 mei 2013

Ahiram inscriptie


De inscriptie in details:
 
Hierbij zijn de meningen van Bauer (1925), Mentz (1944), Jidejian (1968), Mazel (1971), Magnanini (1973), Teixidor (1987) en Krahmalkov (2000) de veelal terugkerende ijkingspunten.

De eerste regel geeft nog het minste problemen. De naam van Ithobaäl wordt uiteindelijk goed gelezen en de betekenis komt vrijwel op hetzelfde neer.

’RN ZP‘L [.]SB‘L BN ’HRM MLK GBL L’HRM ’BH KšTH B‘LM
                                  

Bauer 1925:

Sarcofaag, die ..sba‘al, zoon van Ahiram, koning van Byblos, gemaakt heeft voor Ahiram, zijn vader, als een rustplaats in
de eeuwigheid.

Mentz 1944:

Sarcofaag, die ..sba‘al, zoon van Ahiram, koning van Byblos, gemaakt heeft voor Ahiram, zijn vader, als een rustplaats in de eeuwigheid.

 

’RN ZP‘L [.]TB‘L BN ’HRM MLK GBL L’HRM ’BH KšTH B‘LM
                                 

De S wordt voor de T ingeruild!

Jidejian 1968:


De kist, die (It)tobaal, zoon van Ahiram, koning van Byblos, maakte voor zijn vader als [verblijf]plaats in de eeuwigheid.
 
Mazel 1971:

Sarcofaag, die Ithobaäl, de zoon van Ahiram, koning van Gebal, heeft gemaakt voor zijn vader Ahiram als woning voor de eeuwigheid.

P.Magnanini 1973:

Sarcofaag, die [’]TB‘L, zoon van ’H.RM, koning van Byblos, gemaakt heeft voor zijn vader, waarin hij in bewoning is gegeven voor de eeuwigheid.

J.Teixidor 1987:

Sarcofaag, die Itthobaal, zoon van Ahiram, koning van Byblos, heeft gemaakt voor zijn vader, want hij heeft hem in het graf gelegd.

Opmerkelijk is, dat alleen J.Teixidor de specifieke aanduiding van eeuwigheid weg laat in zijn vertaling, daar waar ‘LM toch echt eeuwigheid betekent. [Javier Teixidor, L’inscription d’Ahirom à nouveau, CNRS, Paris, Syria 1987, blz 137 e.v.]

van Diessen 2004:

{Dit is de} sarcofaag, die [I]tobaäl, zoon van Ahiram, {die de} koning van Byblos {was}, gemaakt heeft voor zijn vader Ahiram, als eeuwige rustplaats.

Begin tweede regel:

Dit geeft al meer problemen en verschillende interpretaties!

W’L MLK BMLKM WSKN BS[K]NM WTM’ MKNT ‘LY GBL

Bauer 1925:

Begint een koning onder de koningen of een stadhouder onder de stadhouders en die een legerkamp tegen Gebal opricht

Mentz 1944:

Als een koning onder koningen of een stadhouder onder stadhouders en de gehele kust als een leger tegen Byblos optrekt

Al ras wordt duidelijk, dat de K in MKNT een H moet zijn:
                                                 

 W’L MLK BMLKM WSKN BS[K]NM WTM’ MHNT ‘LY GBL                              

Jidejian: 1968:

En als een of andere koning, een of andere goeverneur, of een of andere legeraanvoerder Byblos aanvalt

Mazel: 1971


Indien een koning onder de koningen of een stadsvorst onder de stadsvorsten Gebel belegert

Magnanini: 1973


En als een koning tussen de koningen en een goeverneur tussen de goeverneurs en een bevelhebber van een legerkamp Byblos zal aanvallen

Uit deze vertalingen blijkt, dat men uitgaat van een soort aanval op Byblos. Dat hoeft niet zo te zijn. Albright (JAOS 67, 1947, blz 155) vertaalt al wat nauwkeuriger: het bestijgen of beklimmen van Byblos. Net zoals: ‘LH BYT’L het bestijgen van Bethel betekent. Deze analogie heeft S.Gevirtz al opgemerkt (VT 11, 1961, blz 147, note 1). Het gaat dus eigenlijk alleen maar om een machtsovername. Wie wordt de toekomstige koning van Byblos?

Voor zover bekend, heeft Byblos ook alleen in de tijd van Rib-Addi (1375-1355 v.C) te maken gehad met een militaire bedreiging, maar die is eigenlijk te “oud”. Bij Zakar-baäl (c.1075) kan ook sprake zijn van een militaire bedreiging door bijvoorbeeld de Tjeker of de Zakkari’s, terwijl dan de eerste Assyrische grote strooptocht door Tiglat-pileser I plaats vindt. In de 10e eeuw v.C heeft Byblos eigenlijk niet te maken met een serieuze militaire dreiging.

Waarschijnlijker is het echter, dat het in de Ahiram-inscriptie gaat om een wisseling van de regeringsmacht, of die nu legaal of illegaal zal zijn. Ittobaäl vreest, dat de nieuwe machthebber onwelgevallige restanten en inscripties van vorige koningen zou willen verwijderen en plaatst daarom enige waarschuwingen om dat niet te doen op de sarcofaag. [G.Garbini, I Fenici, Storia e religione, Napels, 1980, blz 61]


Teixidor 1987:


Indien een koning tussen de koningen, of een goeverneur tussen de goeverneurs, of een legeraanvoerder Byblos bestijgt

Het is verder merkwaardig, dat er wel gesproken wordt over een koning tussen koningen, over een goeverneur tussen goeverneurs, maar niet over een legeraanvoerder tussen legeraanvoerders. Wat kan hier bij Ithobaäl de bedoeling van zijn?

Krahmalkov [Phoenician-Punic Dictionary, Leuven 2000] zoekt er niet veel achter en maakt juist een vereenvoudigde vertaling:

Krahmalkov 2000:

Als enige koning of enige goeverneur of enige generaal van het leger <die mij opvolgt als regeerder> over Byblos

 Kan het echter zijn, dat Ithobaäl een geweldloze machtsovername door een koning of goeverneur waarschijnlijker achtte dan een militaire actie door een generaal? en dat hij daarom de toevoeging onder de legeraanvoerders weg laat?

Kan het zo zijn, dat er in Byblos sprake was van drie grote machtsfaktoren, namelijk:

1.de koning (hogepriester)

2.de goeverneur (Egyptische invloedsfeer)

3.de militaire commandant

En komt deze machtsdriedeling niet tot uiting in de in de volgende regel naar voren komende voorwerpen?

Had er niet eigenlijk volledig moeten staan:

van Diessen 2004:

Indien een koning tussen de koningen, of een goeverneur tussen de goeverneurs, of een legeraanvoerder {tussen de legeraanvoerders} {de troon van} Byblos bestijgt

Was Ithobaäl gewoon een beetje lui om het volledig in te krassen, of was er niet plaats genoeg? Of, waren er meerdere gegadigden voor het koningsschap en voor de post van goeverneur en was er een figuur mogelijk als militair commandant?

Een verder vervolg van de inscriptie en het begin van de vervloeking:

WYGL ’RN ZN THTSP HTR MšPTH THTPK THTPK KS’
                 ‘’    

Bauer 1925


en deze sarcofaag bloot legt, de scepter van zijn regering (zal breken), de troon van zijn heerschappij zal omvergegooid worden

Bauer komt met een plausibele vertaling, die door de jaren goeddeels stand zal houden, maar Mentz komt met een vergezochte Egyptische verklaring.

Mentz 1944


en (als hij) deze sarcofaag bloot legt, zal Hathor, die (daar) op let, afschrikken en door haar strafgerecht zal zij de troon van zijn koningschap omverwerpen

Jidejian 1968


en deze kist bloot legt, laat dan zijn juridische scepter breken, laat zijn koninklijke troon omver geworpen worden

Mazel 1971:

en deze sarcofaag ontdekt, dan zal de scepter van zijn macht worden gebroken, de troon van zijn koninkrijk zal omver geworden worden

Greenfield signaleerde al in Bulletin 8 (blz 254-257), dat

THTSP HTR MšPTH =
     ‘’    

dat de troon van zijn koninkrijk omver geworpen dient te worden.

De termen scepter (hoter) en troon (ks’) zijn de symbolen van het koningsschap, hetgeen zijn parallelen heeft met de Mesopotamse en Bijbelse literatuur. Er ligt ook een parallel met een inscriptie van Zincirli (Donner-Röllig KAI 214,8-9). De idee, dat de scepter van de koning “een scepter van gerechtigheid” is, sluit ook aan bij vergelijkbare teksten in de literatuur van het oude Nabije Oosten.

De tekst van Ahiram kondigt de bestraffing aan, die de koning/usurpator zal ondergaan door te zeggen, dat zijn scepter gebroken zal worden en zijn troon zal omver geworpen worden, net zoals dat in de tekst van Oegarit (UT 49, VI 27-29)

tot uiting komt en die H.L.Ginsberg (Orientalia 5, 1936, blz 197) als volgt vertaald heeft:”Overturned (be) the trone of thy Kingdom, broken the scepter of thy Rule”. Ginsberg vaagt zich zelfs af (note 3, blz 179) of de overeenkomst niet zodanig groot is, dat hier sprake is van een citaat uit het betreffende heldendicht. Van dit aangaat, is een en ander op een rij gezet door J.Teixidor in Syria, 1972, blz 431.

Magnanini 1973:

en deze sarcofaag zal ontbloten, dan zal zijn scepter van zijn macht breken en dan zal de troon van zijn regering omver geworpen worden

Teixidor 1987:

en deze sarcofaag opent, dat dan de scepter van zijn macht zal breken, dat zijn koninklijke troon omver geworpen zal worden

 Krahmalkov 2000:

als hij deze grafkist zal verwijderen, dan zal zijn koninklijke scepter breken, zijn koninklijke troon zal omver geworpen worden

Verwijderen, ontbloten, ontdekken, openen van de sarcofaag.

Hou het gewoon bij openen, dat de meest plausibele vertaling van PTH is.
 
Verder hoort scepter bij “macht” en troon hoort bij het “koningsschap” en dat is betekenisvol onderscheid, dat ook te maken kan hebben met legitimiteit en usurpatie.

van Diessen 2004:

en deze sarcofaag opent, dat dan de scepter van zijn macht zal breken, dat zijn koninklijke troon omver geworpen zal worden

Is niet de troon het symbool van de koning, de scepter het symbool van de goeverneur en het voetenbankje het symbool van de militaire commandant, die over de vrede moet waken? Dat laatste komt in de volgende frase tot uiting:

Het vervolg, maar wel wezenlijk, is:

WNHT TBRH ‘L GBL
      

Bauer 1925:


en rust zal komen over Gebal

 Mentz 1944:

en zal NHT tegen Byblos drijven
       

Bauer ziet Byblos nog tot rust komen, maar Mentz ziet wel correct, dat er onrust komt en laat NHT = Thot aanrukken.
                                    

Jidejian 1968:

en laat de vrede van Byblos heengaan

Mazel 1971:

en er zal vrede heersen over Gebel

Jidejian en Mazel hebben ook een tegengestelde mening over de (on)rust in Byblos!

M.Metzger heeft een bijzondere mening over de betekenis van NHT:Himmliche und Irdische Wohnstatt Jahwes (Ugaritische Forschungen 2, 1970, blz 157-158)
 

Hij brengt NH.T in verbinding met teksten van Oegarit (Vorderasiatische Bibliothek, DB 47). Zie ook: ANET 137, C.Gordon UT blz 254 regel 46-47, II Keret VI 23-24, ANET 149, C.Gordon, blz 127 regel 23-24.Hier worden genoemd:kse mlk,nht,kht drkt
                                                  -   ‘’

Metzger citeert dan II AB I, 34 (ANET 132,C.Gordon blz 170,tekst 51,I,34):

kht il nht = een godentroon, rust(zetel)
       -

De stelling van Metzger is, dat koningstroon (kse mlk) en

heerserszetel (kh.t. drkt) beiden in te lijsten zijn in de term nh.t, waardoor deze term ook de koningstroon betekent.

Dan verbindt Metzger nh.t met het Hebreeuwse mnwh.h (Is 11,10+66,1, Ps.132,14). Ook W.F.Albright deed dat met I Koningen 8,56 om nh.t in de Ahiram inscriptie te verklaren. De conclusie van Metzger is, dat nh.t niet een passieve welvaart betekent, maar een actieve, waarbij de bron de troon is. De troon maakt de welvaart en is daar niet het gevolg van.

Zo komt ook Metger tot de volgende vertaling:

Metzger 1970:


dat de vrede van Byblos zal weggaan

J. Teixidor plaatst hier in 1973 al de volgende kanttekeningen bij (Syria L 1973). De term nh.t verbindt zich zeker met het Oegaritische nh.t, maar de vergelijking met het Hebreeuwse mnwh.h lijkt niet bevredigend, zelfs als de twee termen betrekking hebben op dezelfde wortel. In de teksten van Oegarit betekent nh.t: podium, opstapje.

Andere verklaringen zijn bijvoorbeeld:

Ginsberg
ANET
 
 
baldakijn
troonhemel
Gordon
UT
 
 
baldakijn
troonhemel
Gray
KRT text
Leiden 1964
blz 28+76
baldakijn
troonhemel
Sauren
Kestemont
Keret, roi de Hubur
Ugar.Forsch.3 1971
blz 219
divan

 De vertaling van Metzger als “rust(zetel)” geeft aan de term een abstracte betekenis, die niet goed past bij de context, meent Teixidor. Het is waar, dat men gebruikelijk in de tekst van Byblos nh.t vertaalt met “vrede”, maar ook dat houdt niet voldoende rekening met de context. Teixidor verwijst naar de Oegaritische tekst (IAB VI 27-28, Gordon UT blz 169 tekst 49, ANET 141, Th.Gaster Thespis 1966, blz 227), waarbij de koning van Oegarit de lementen van zijn macht opsomt:alt tbtk, ksa mlkk et ht mtptk
                  -‘  - ‘

= het podium, de stoel en scepter van de koning van Oegarit lijken de parallel met de tekst van Byblos in te houden en men dient dus nh.t te vertalen met podium of voetenbankje. Dat staat ook daadwerkelijk op de sarcofaag van Ahiram afgebeeld!

Ginsberg (Orientalia 1936 blz 179), Albright (JAOS 67, 1947 blz 156), Gevirtz (VT 11, 1961 blz 147) en Greenfield (Bull.1972 blz 105) hebben dit parallelisme evenzeer opgemerkt, maar ze blijven volgens Teixidor onvolledig, omdat ze nh.t in de Ahiram inscriptie blijven vertalen met: vrede.

Volgens Teixidor kan nh.t slechts een concreet voorwerp zijn, zoals de stoel en de scepter van de koning, maar in de frase van nht tbrh
                                                            '     '
 ‘l gbl is weer een vertaling met voetenbankje
 
moeilijk te plaatsen!

Men houdt dus toch op: dat de vrede uit Byblos wegvlucht.

Het is niet bevredigend, omdat dan de betekenis van het voorzetsel ‘l geweld wordt aangedaan.

Maar waarom kan nh.t eigenlijk niet twee betekenissen hebben?

In de Nederlandse taal betekent pier bijvoorbeeld zowel worm als havendam!

Magnanini 1973:


en de vrede zal uit Byblos wegvluchten

Teixidor 1987:


en dat de rust voor wat betreft Byblos zal verdwijnen

Krahmalkov 2000:


en de vrede zal uit Byblos verdwijnen

van Diessen 2004:

en dat de rust {gesymboliseerd door het voetenbankje} voor wat betreft Byblos zal verdwijnen

 
En tenslotte de laatste frase:
 
 
WH’ YMH SPRH LPP ŠBL
     

Mentz 1944:

en deze zal zijn inscriptie uitwissen, zoals de uitspraak van de weger aangeeft.

Onder de weger verstaat Mentz Anubis. Mentz blijft wel konsekwent in het vinden van de oplossing op de Egyptische manier.
 

Jidejian 1968:


en voor wat hem betreft laat een vagebond (?) zijn inscriptie(s) uitvlakken.

Jidejian zet zelf al een vraagteken bij deze oplossing.

Mazel 1971:

wat hem (de heiligschenner) betreft, zijn inscriptie zal verdwijnen uit de ingang van de onderwereld.

Mazel haalt er om onduidelijk gebleven redenen de onderwereld bij.

Magnanini 1973:


en wat hem betreft, dat men zijn inscriptie zal uitwissen …. ….

De vertaling van beide laatste woorden is niet mogelijk, zegt Magnani en dat is verstandig bij de wel zeer onduidelijke laatste woorden op de sarcofaag.

Maar dan komt Javier Teixidor, want hij heeft van Jean Starckey een tot dan toe nog niet uitgegeven reproductie van de sarcofaag gekregen, waardoor het einde van de inscriptie beter gelezen kan worden. Zie: J.Teixidor, L’inscription d’Ahirom à nouveau, CRNS, Paris, Syria LXIV 1987, blz 137.

 

Er blijkt te staan: LPN GBL

Reeds N.Aimé-Giron stelde dan ook in 1943 (Annales du Service des Antiquités de l’Egypte 42, Caïro, blz 316) al voor om LPN te lezen, waarbij hij onderstreepte, dat bij de dan beschikbare documentatie het niet kon om daarna GBL te lezen.

En bij de informatie van Starkey kan het nu dus wel.

 

Teixidor 1987:

dat zijn inscriptie uitgewist zal worden in het aanzicht van Byblos.

 

Krahmalkov 2000:

en als hij deze inscriptie zal uitwissen, dan zal zijn lange <koninklijke> sleepjurk scheuren.

 

Krahmalkov negeert de bevindingen van Teixidor, of heeft dat gewoon gemist. Hij leest nog LPP šBL. Bovendien denkt hij, dat het uitwissen van de inscriptie die van Ittobaäl is en niet die van de nieuwe heerser.

L-P-P = scheuren (blz 262 Dictionary).

Het is onduidelijk hoe hij met šBL tot de lange sleepjurk komt.

 

van Diessen 2004:

dat zijn inscriptie uitgewist zal worden in het aanschijn van Byblos.

 

Ik denk, dat de vervloeking voortgaat en dat ook de nieuwe inscriptie van de opvolger dan uitgevlakt dient te worden.

 

In zijn totaliteit in enigszins begrijpelijk Nederlands:

{Dit is de} sarcofaag, die [I]tobaäl, zoon van Ahiram, {die de} koning van Byblos {was}, gemaakt heeft voor zijn vader Ahiram, als eeuwige rustplaats.
Indien een koning tussen de koningen, of een goeverneur tussen de goeverneurs, of een legeraanvoerder {tussen de legeraanvoerders} {de troon van} Byblos bestijgt
en deze sarcofaag opent, dat dan de scepter van zijn macht zal breken, dat zijn koninklijke troon omver geworpen zal worden
en dat de rust {gesymboliseerd door het voetenbankje} voor wat betreft Byblos zal verdwijnen en dat zijn inscriptie uitgewist zal worden in het aanschijn van Byblos.

 H.R.van Diessen, Apeldoorn,  april 2004.