dinsdag 14 mei 2013

Lapides Atri


          DE ZWARTE STENEN

          ==================

           In zijn boek Ab Urbe Condita hoofdstuk XXVI par.17 heeft

          Titus Livius (59 v.C‑17 n.C.) het over een gebeurtenis in

          Spanje tijdens waarschijnlijk het jaar 210 v.C. Hasdrubal,

          de zoon van Hamilcar, geraakt met zijn leger opgesloten in een

          dal, waaruit hij door een onderhandelingstruc weet te ontsnappen aan de Romeinen.

Weliswaar dicht Livius de gebeurtenis toe aan het jaar 211, maar uit andere bronnen blijkt, dat het een jaar later moet zijn. Nero is in 211 nog met Capua bezig en gaat pas eind dat jaar of begin 210 naar Spanje toe. Bovendien noemt  Polybius de overgang van Publius Cornelius Scipio naar Spanje in de lente van 209 en hij gaat de ‘mislukte’ Nero dan aflossen, die het jaar daarvoor (dus 210) door Hasdrubal in de luren werd gelegd. We houden hier dus gebeurtenissen aan, zoals Livius die schetst, maar de jaartallen zijn allemaal een jaar later dan Livius vermeldt.
 

          De plaats van dit gebeuren is tot op heden omstreden

          gebleven. Sommigen houden het op een Pyreneën‑dal, anderen

          zoeken het ver in de Sierra Morena.

          Tussen beide lokaties ligt een afstand van hemelsbreed zo'n

          500 km.

          Dit artikel beoogt na te gaan, of niet wat meer zekerheid of

          waarschijnlijkheid voor een of meer bepaalde lokaties is te

          verkrijgen.

           Wat 'weten' we in feite:

          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-------

1.Om en nabij de positie van het Romeinse leger.

          Gaius Nero is waarschijnlijk in de lente van 210 van Puteoli in Campanië
          overgestoken met zijn leger van 12.000 man voetvolk en 1100 ruiters
          (=ca.13000 man) naar Tarraco in Catalonië. Daar bewapent hij de matrozen
          van zijn vloot en rukt op naar de Ebro. Daar neemt hij de restanten over
          van het in 211 v.C verslagen Romeinse leger, dat tot dan toe onder
          Tiberius Fonteius en Lucius Marcus de Ebrolijn probeerde te houden.

Terugblik op het jaar hiervoor:

Deze Lucius Marcius (zoon van Marcius Septimus) verzamelt eind 211 de restanten van de verslagen legers van Gnaeus en Publius Scipio, die in het 8e jaar na aankomst van Gnaeus in Spanje (dus 211 v.C) verslagen werden door Andobales, Mago, Hasdrubal Gisgo en Hasdrubal (zoon van Hamilcar). De berichtgeving is warrig. Marcius zou een legerkamp ten noorden van de Ebro hebben. Hasdrubal Gisgo zou de Ebro hebben overschreden. Een Carthaagse strijdmacht zou door een uitval van de Romeinen uit hun legerkamp op de vlucht zijn gejaagd. De Carthaagse strijdmacht keert echter terug. Hun twee legerkampen worden vervolgens door een nachtelijk aanval door de troepen van Marcius uitgeschakeld. In de voorafgaande toespraak van Marcius wordt duidelijk, dat hij weet heeft van een Carthaags leger in de buurt en nog twee, die niet ver weg zijn. Livius citeert Claudius (140 v.C) uit de annalen van Acilus: Er zouden 37.000 vijanden zijn gesneuveld en 1830 krijgsgevangenen zijn gemaakt. Bij de buit bevond zich een zilveren schild met de beeltenis van Hasdrubal (zoon van Hamilcar). Livius memoreert ook Valerius Antas: Alleen het kamp van Mago werd ingenomen, waarbij 7000 vijanden sneuvelden. Dan is er nog Piso: Mago achtervolgt de terugwijkende Romeinen, maar valt in een hinderlaag, waarbij 5000 vijanden sneuvelen.

Het zijn indrukwekkende aantallen. De verdiensten van Marcius worden danig opgehemeld. Wel is duidelijk, dat de gevechten zich afspelen ten noorden van de Ebro en met name worden genoemd Mago (zoon van Hamilcar) en Hasdrubal Gisgo. Ondanks het buitgemaakte schild moet toch worden aangenomen, dat Hasdrubal (zoon van Hamilcar) wel in de buurt is, maar niet in de gevechten is verwikkeld.  Livius beëindigt de beschrijving van deze episode met de mededeling, dat de rust wederkeerde, omdat beide partijen terugschrokken voor het risico van een beslissende strijd.

Ondanks het feit, dat er bij Cabanes (noordelijke Iliturgi) in de buurt van Kastalon een triomfboog van Marcius staat, moet toch worden aangenomen, dat de Romeinen aan het eind van 211 hun posities ten noorden van de Ebro hadden en dat de Carthaaagse legers ten zuiden van de Ebro hun wintrkwartier opzochten.

Vervolg gebeurtenissen in de lente van 210:

          Direct daarna volgt via de overlevering van Livius de confrontatie met
          het leger van Hasdrubal, de zoon van Hamilcar. Er wordt niet gerept over
          een grote opmars door heel Spanje. Het is dan ook vrij waarschijnlijk,
          dat de confrontatie binnen een afzienbare afstand van enige dagmarsen
          van een oversteekplaats bij de Ebro gelegen moet zijn. Het is overigens
          niet eens zeker, dat de confrontatie plaats vond ten zuiden van de Ebro.
          Livius meldt alleen:"Vervolgens rukte hij op tegen de vijanden".

Dit kan dus nog alle richtingen uit zijn. Bijvoorbeeld tegen de Ilergeten in Noord-Spanje, die altijd met Rome overhoop lagen, of bijvoorbeeld tegen Hasdrubal (zoon van Hamilcar) in Oost-Spanje. Livius noemt voortdurend de Ebro, maar hadden de Romeinen wellicht een andere rivier in gedachten? Dit lijkt echter niet erg waarschijnlijk. Zover was de topografische kennis t.t.v. Livius al wel voortgeschreden.
 

2.Om en nabij de positie van de Carthaagse legers.

          Aan het eind van het jaar 211 v.C hebben de Carthaagse legers hun
          winterkwartieren opgezocht in, zoals te doen gebruikelijk, verschillende
          lokaties. De exacte lokaties van de winter van 211/210 v.C zijn niet
          bekend, maar van andere jaren weten we, dat Hasdrubal, de zoon van
          Hamilcar, veelal zich in het zuiden en oosten ophield en dat Hasdrubal, de
          zoon van Gisgo, vaak gecombineerd met Mago, de zoon van Hamilcar meestal
          positie betrok in het binnenland (centraal of west‑Spanje). Verder weten
          we, dat tegen het eind van 211 v.C de Carthaagse legers waren opgerukt
          tot zelfs over de Ebro. Toch heeft Hasdrubal, de zoon van Hamilcar,
          vermoedelijk zijn winterkwartier in oost‑Spanje gezocht en Hasdrubal, de
          zoon van Gisgo, samen met Mago, de zoon van Hamilcar, heeft waarschijnlijk
          positie gekozen in het binnenland. Een dergelijke verdeling was
          noodzakelijk, omdat het land de legers moest voeden en dan was een
          concentratie op één punt uiterst nadelig.

 3.Hasdrubal, de zoon van Hamilcar, had zijn legerkamp bij de zwarte stenen.

          Dit meldt Livius zonder enige verklaring. Met de zwarte stenen
          kan steenkool bedoeld zijn en dan moeten we wellicht zoeken in de buurt
          van een mijn. Als Livius 'donkere' stenen bedoeld heeft, dan zou de
          Sierra Morena in aanmerking kunnen komen, maar dat is wel 400 km ten
          zuiden van de Ebro. Welk gebergte heeft Livius trouwens voor ogen?

Zijn het ‘gewone’ bergen, of is er sprake van echt een gebergte van de allure van de Sierra Nevada, de Pyreneën of de Sierra Morena.

 
4.Hasdrubal, de zoon van Hamilcar, had zijn legerkamp in het gebied van de Ausetanen.

           Dit voegt Livius toe aan zijn vorige verklaring over de
          zwarte stenen. Het gebied van de Ausetanen is bekend. Zij hadden hun
          woonplaatsen in Catalonië, noord van de Ebro, globaal tussen Lerida
          (ILERDA) en Vich (AUSA). Als deze overlevering juist is, dan heeft
          Hasdrubal, ofwel zijn winterkwartier aan de Ebro gehad, ofwel hij is
          vroeg in de lente aan een noordelijke opmars begonnen in de richting van
          de oude bondgenoten, de ILERGETEN, die buren zijn van de Ausetanen. De
          juistheid van de overlevering wordt echter in twijfel getrokken.
          Degenen, die pleiten voor een lokatie in de Sierra Morena, houden het
          erop, dat Livius zich vergist heeft en dat voor de Ausetanen, de
          Oretanen gelezen moet worden. De Oretanen wonen inderdaad aan de
          noordzijde van de Sierra Morena. De gelijkenis in naam tussen Ausetanen
          en Oretanen vormt echter een te zwakke basis voor een mogelijke
          vergissing van Livius. Dan lijkt eerder een verschrijving met
          Arsi(tanen) ten zuiden van de Ebro of de Aretanen ten noorden van de
          Ebro in de rede te liggen (zie kaart Ptolemeus).

We zien overigens op de Tabula Peutinger kaart geen Iliturgi, maar wel een (L)intibili als plaats verschijnen net ten zuiden van de Ebro.

 

5.Hasdrubal, de zoon van Hamilcar, had zijn legerkamp tussen Iliturgi en Mentissa.

          Deze toevoeging plaatst Livius na zijn opmerkingen over de
          zwarte stenen en het gebied van de Ausetanen. De zaak wordt steeds
          verwarder. De plaats Mentissa is vrij goed bekend. Die ligt inderdaad bij
          het gebied van de Oretanen en de Mentessanen wonen ten noorden van de
          uitlopers van de Sierra Morena. Over de plaats Iliturgi zijn de meningen
          niet eenduidig. Er zijn mogelijk twee plaatsen met de naam Iliturgi. De
          ene plaats ligt ten zuiden van de Sierra Morena aan de bovenloop van de
          Guadalquivir (BAETIS) nabij Jódar. Dit zou goed kunnen stroken met een
          lokatie in de Sierra Morena. De andere plaats wordt gelijk gesteld met
          het huidige Cabanes even ten noorden van Kastalon. Indien Livius deze
          plaats bedoeld heeft, dan moeten we de lokatie van de confrontatie
          tussen het Romeinse en Carthaagse leger zoeken in het binnenland van de
          provincie Valencia.
 

          6.Het leger van Hasdrubal, zoon van Hamilcar, zit opgesloten in een dal,
dat afsluitbaar is. Er lijkt dus maar één duidelijke ingang te zijn. Voor een dergelijke lokatie kunnen niettemin wel honderd mogelijkheden worden aangewezen.

 
7.De posities van de legers na de campagne van 210.

Nero is weer terug te vinden aan de Ebro en Hasdrubal (zoon van Hamilcar) ligt in de buurt van Sagunto. De positie van Nero na zijn veldtocht pleit niet erg voor een erg zuidelijke lokatie van de ‘zwarte stenen’. Waarom zou hij dan weer zo ver terug noordelijk gegaan zijn? Erg sterk is het argument niet, want ook Publius Cornelius Scipio doet dat in later jaren nog geregeld, ondanks zijn successen in de Baetis vallei.

 

8.Andere gegevens zijn nog:

          ‑ het gebruik van nauwe bergpaden om te ontsnappen;
          ‑ het voorkomen van een omvangrijke nevel over de velden rond de berg.

 Deze zijn echter te vaag om echt te kunnen gebruiken. Alhoewel: een ansichtkaart van Morella in de nevel doet wel erg aan deze situatie denken!

Toch is er nog wel iets meer over te zeggen. Kennelijk weet het voetvolk van Hasdrubal over de voetpaden te ontsnappen, maar voor de ontsnapping van de ruiters en de olifanten heeft hij de beschutting van de nevel of de mist nodig. De ruiters en de olifanten gaan kennelijk niet over die voetpaden. Er moet nog een andere uitweg geweest zijn.

Verder kan in zijn algemeenheid gezegd worden, dat hoe noordelijker op het Keltiberisch schiereiland, hoe meer kans op nevel of mist. Bovendien is er in de lente of de herfst meer kans op nevel of mist, dan in de zomer!

De eerste conclusies:

- De fysisch-geografische overweging: een noordelijke lokatie is wat aannemelijker dan een zuidelijke.

- Op basis van de overgeleverde namen moeten we zoeken op een lijn tussen het zuidelijke ILITURGI  en de AUSETANEN in het noorden.

- De posities van de legers voor en na de campagne geven aanleiding om het gebergte van Teruel als meest aannemelijk te presenteren.

De eerste conclusies zijn te mager om nauwgezetter een lokatie te kunnen aanwijzen, maar wellicht zijn er nog andere mogelijkheden voor een nadere specificatie.

 

Zoals:

Huidige naamgeving

           Het gaat er om de combinatie te vinden met de vorige indicaties
          en dat te vergelijken met een hedendaags gegeven, namelijk de huidige
          naamgeving in Spanje.


          De huidige naamgeving.
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

          Er ligt ca.2200 jaar tussen de toenmalige en hedendaagse aanduidingen, maar
          toch bestaat er een kans, dat nog steeds de aanduidingen op een of
          andere manier met elkaar in verband gebracht kunnen worden in combinatie
          met de vorige gegevens.

          De 'Lapides Atri' van Livius geeft aanleiding tot een verdere volgende
          ontleding.

          LAPIDES = stenen

          In het spaans staat Lápida voor 'gedenksteen. In het frans betekent het
          'in steen uitgehouwen'. Lapidaire stijl = de eigenaardige gedrongen
          stijl van de opschriften op Romeinse gedenktekens. In het italiaans
          betekent Lapilli letterlijk 'kleine stenen', maar heeft meer de
          betekenis van grove vulkanische as gekregen.

          ATRI = zwart

          Het latijnse Atrium betekent letterlijk 'zwarte plaats'. Uiteindelijk
          kreeg het de betekenis van ontvangsthal in de Romeinse behuizingen.

          We moeten dus in het spaans zoeken naar namen, waarin de volgende
          woorden zijn verwerkt:
          gedenksteen = LáPIDA
          steen = PIEDRA
          steengroeve = CANTERO PEDRERO
          steenkool = CARBóN DE PIEDRA
          zwart = NEGRO
 
          Voor de in aanmerking komende gebieden van Spanje zijn de volgende
          lokaties de moeite van nadere bestudering waard:

 

                                         La CANTERA

          Gelegen op 5.50 WL en 37.40 NB in de Sierra Morena dichtbij Sevilla. Er

          is een pas en afsluitbaar dal aanwezig. Op geringe afstand bevindt zich

          een mijn. De lokatie is echter erg zuidelijk gelegen op ca.500 km

          afstand van de Ebro. De lokatie is wel dicht in de buurt van het gebied

          van de Oretanen. Het is vergezocht om te kunnen zeggen, dat de lokatie

          tussen Mentissa en een Iliturgi ligt.

                                                                                 0

 

                                       CANTERA Bianca

          Gelegen op 4 WL en 37.30 NB nog ten zuiden van de Guadalquivir. Het ligt

          niet in het gebied van de Oretanen en/of Ausetanen, maar ligt wel in de

          buurt van de zuidelijke Iliturgi. Er is geen mijn in de directe

          omgeving. Er is sprake van een pas en een afsluitbaar dal. De naam 'wit'

          noch de verre zuidelijke ligging pleiten echter voor deze lokatie.

                                                                                ‑2

 

                                    CANTERAS / LA PIEDRA

          Gelegen op 2.20 WL en 37.40 NB in de uitlopers van de Sierra de Segura.

          Er is een mijn in de buurt. Het betreft een pas met een afsluitbaar dal.

          Er sprake van een dubbele naamsverwijzing (steen en mijn). De lokatie is

          echter ver zuidelijk en ligt niet in het gebied van de Oretanen en/of

          Ausetanen. Ook is er nauwelijks sprake van een ligging tussen Mentissa

          en een Iliturgi.

                                                                                 0

 

                                          CANTERAS

          Gelegen op 1 WL en 38 NB, halverwege Murcia en de kust.

          Geen mijn. Geen pas of afsluitbaar dal. Niet in het gebied van de

          Ausetanen en/of Oretanen. De lokatie is veel te ver zuidelijk.

          Niet gelegen tussen een Iliturgi en Mentissa.

                                                                                ‑5

 

                                          CANTERAS

          Gelegen op 1 WL en 37.40 NB, dichtbij Cartagena.

          Geen mijn. Geen pas of afsluitbaar dal. Niet in het gebied van de

          Ausetanen en/of Oretanen. De lokatie is veel te ver zuidelijk. Niet

          gelegen tussen een Iliturgi en Mentissa.

                                                                                ‑5

 

 


 

                                         CARBONERAS

          Gelegen op 2 WL en 37 NB. Kustplaats op de ZO kust van Spanje. Er kan

          sprake zijn van een afsluitbaar dal en er zijn mijnen in de buurt. Er is

          sprake van een kaal zwart landschap. De lokatie is echter erg zuidelijk

          en een 'link' met Oretanen/Ausetanen en Mentissa/Iliturgi is niet

          aanwezig.

                                                                                ‑2

 

                                         CARBONERAS

          Gelegen op 6.40 WL en 37.50 NB in de Sierra de Aracena. Er is sprake van

          een afsluitbaar dal met een pas. Er zijn mijnen in de omgeving. Wellicht

          is er een verbinding mogelijk met het gebied van de Oretanen, maar niet

          met Mentissa/Iliturgi. De lokatie is te ver zuidelijk en westelijk om

          eigenlijk in aanmerking te kunnen komen.

                                                                                 0

 

                                         CARBONEROS

          Gelegen op 3.40 WL en 38.10 NB in de Sierra Morena. Er is een pas en

          afsluitbaar dal. Er zijn veel mijnen in de omgeving. De lokatie ligt

          dichtbij het gebied van de Oretanen tussen het zuidelijke Iliturgi en

          Mentissa. Alleen de lokatie is ca.400 km verwijderd van de Ebro.

                                                                               +4!

 

                                  CARBONERAS DE GUADAZAóN

          Gelegen op 1.50 WL en 39.50 NB ten ZW van Teruel. De lokatie ligt op

          ca.170 km van de Ebro en ca.100 km in het binnenland. Het heeft een

          afsluitbaar dal en een pas. Het ligt tussen Mentissa en een Iliturgi. Er

          ligt een mijn in de nabijheid. Het ligt dichterbij het gebied van de

          Oretanen dan bij dat van de Ausetanen. Het kan zeer goed

          identificeerbaar zijn met Arse(tanen) op de kaart van Ptolemeus.

                                                                               +5!

 

                                         MONTENEGRO

          Gelegen op 2.40 WL en 37 NB in ZO Spanje. Er is een afsluitbaar dal met

          een pas, maar er zijn geen mijnen in de directe omgeving. Het is niet in

          het gebied van de Ausetanen en/of Oretanen. De lokatie is veel te ver

          zuidelijk. Niet gelegen tussen een Iliturgi en Mentissa.

                                                                                ‑3

 

                                         MONTNEGRE

          Gelegen op 0.15 OL en 41.20 NB net ten noorden van de Ebro in Catalonië

          in de buurt van Lerida. Er is een afsluitbaar dal en pas. Er zijn veel

          mijnen in de omgeving. Direct ten zuiden van de Ebro ligt een plek met

          de naam La Carbona. De lokatie ligt dicht bij het gebied van de

          Ausetanen, maar niet tussen een Iliturgi en Mentissa.

                                                                               +4!

 


 

                                        punta NEGRA

          Gelegen op 3.10 WL en 36.40 NB aan de zuidkust van Spanje. Het is een

          kaap en heeft verder geen in aanmerking komende kenmerken voor de

          gezochte lokatie.

                                                                                ‑5

 

                                        punta NEGRA

          Gelegen op 0.20 WL en 37.40 NB, dichtbij Cartagena. Het is een kaap aan

          zee. Er is wel een mijn vlakbij, maar er is geen pas of afsluitbaar dal.

          Het is niet in het gebied van de Ausetanen en/of Oretanen. De lokatie is

          veel te ver zuidelijk. Niet gelegen tussen een Iliturgi en Mentissa.

                                                                                ‑4

 

                                               MONTNèGRE

            Gelegen in de oostelijke Pyreneën. Er is een afsluitbaar dal, maar er is geen

            Mijn in de directe omgeving. Er is een directe relatie met de Ausetanen,

            Maar Iliturgi en Mentissa liggen wel erg ver verwijderd.

                                                                                              +2

 

                                         serra NEGRA

          Gelegen op 0.20 WL en 40.20 NB. Deze 'zwarte' berg ligt 60 km ten zuiden

          van de Ebro ter hoogte van Peniscola ongeveer 30 km landinwaarts. Het

          ligt dichter bij het gebied van de Ausetanen dan van de Oretanen. Het is

          wel enigszins gelegen tussen een Iliturgi (Cabanes) en Mentissa. Er is

          sprake van meerdere in aanmerking komende dalen en pas(jes). In de

          nabijheid is echter geen mijn.

                                                                               +4!

 

                                         Las NEGRAS

          Gelegen op 2 WL en 36.50 NB op de ZO kust van Spanje. Het is een

          kustplaats, maar in de omgeving kan sprake zijn van een afsluitbaar dal.

          Er is een kaal zwart landschap en er zijn mijnen in de buurt. De lokatie

          is wel erg zuidelijk en een verbinding met Oretanen/Ausetanen en

          Mentissa en een Iliturgi is niet mogelijk.

                                                                                ‑1

 

                                           NEGRE

          De berg is gelegen op 2 WL en 42 NB aan de bovenloop van de Lobregat in

          Catalonië. Er is een afsluitbaar O‑W lopend dal met aan het einde een

          pas. De meeste Pyreneën‑passen komen niet in aanmerking, want die leiden

          naar Frankrijk en voor zover we weten, is Hasdrubal pas in 208 v.C daar

          naartoe uitgeweken. Er is geen mijn in de directe omgeving. Ook ligt er

          geen relatie met Mentissa/Iliturgi. Het dal ligt wel in het gebied van

          de Ausetanen. Toch is deze lokatie niet erg waarschijnlijk, want Nero

          zou bij zijn landing te Tarraco toch niet eerst naar de Ebro gegaan

          zijn, wanneer de vijand al zo ver in zijn rug was opgemarcheerd?

                                                                                 0

 


 

                                           NEGRET

          Gelegen op 0.10 OL en 40.40 NB direct ten zuiden van de Ebro. Het ligt

          dicht bij het gebied van de Ausetanen. Het ligt nauwelijks tussen

          Mentissa en een Iliturgi. Er is geen mijn in de nabijheid. Er zijn

          afsluitbare dalen en passen.

                                                                                +2

 

                                        cabo NEGRETE

          Gelegen op 0.20 WL en 37.40 NB dichtbij punta Negra en Cartagena. Er is

          wel een mijn vlakbij, maar er is geen pas of afsluitbaar dal. Het is

          niet in het gebied van de Ausetanen en/of Oretanen. De lokatie is veel

          te ver zuidelijk.

                                                                                ‑3

 

                                        Pinar NEGRO

          Gelegen op 2 WL en 38.10 NB nabij Cehegin in het binnenland. Er is een

          afsluitbaar dal en een pas. Er zijn geen mijnen in de directe omgeving.

          Het ligt dichterbij het gebied van de Oretanen dan bij dat van de

          Ausetanen. Het ligt nauwelijks tussen Mentissa en een Iliturgi. De

          lokatie is eigenlijk te ver zuidelijk.

                                                                                ‑3

 

                                             NEGRóN

          Gelegen op 1.20 WL en 40 NB ten ZW van Teruel. De lokatie ligt op ca.170

          km van de Ebro en ca.100 km in het binnenland. Het heeft een afsluitbaar

          dal en een pas. Het ligt tussen Mentissa en een Iliturgi. Er ligt een

          mijn in de nabijheid. Het ligt dichterbij het gebied van de Oretanen dan

          bij dat van de Ausetanen. Het kan zeer goed identificeerbaar zijn met

          het Arse(tanen) op de kaart van Ptolemeus.

                                                                               +5!

 

                                 embassement de la PEDRERA

          Gelegen op 0.50 WL en 38 NB. Het is een meer net ten zuiden van de

          rivier Segura en ten oosten van Murcia. Er is geen pas, afsluitbaar dal,

          noch een mijn in de buurt. Het is niet gelegen tussen Mentissa en een

          Iliturgi. Het is niet gelegen in het gebied van de Ausetanen en/of de

          Oretanen. De lokatie is te ver zuidelijk gelegen.

                                                                                ‑5

 

                                        las PIEDRAS

          Gelegen op 4.20 WL en 37.20 NB nog ten zuiden van de Guadalquivir ter

          hoogte van Granada. Er is sprake van een afsluitbaar dal en pas, maar er

          zijn geen mijnen in de buurt. Een verbinding met Oretanen/Ausetanen en

          Iliturgi/Mentissa is niet aanwezig. De lokatie is in feite te ver

          zuidelijk gelegen.

                                                                                ‑3

 


 

                                        los PIEDROS

          Gelegen op 4.40 WL en 37.20 NB nog ten zuiden van de Guadalquivir ter

          hoogte van Granada. Er is nauwelijks sprake van een afsluitbaar dal en

          pas en er zijn geen mijnen in de buurt. Een verbinding met

          Oretanen/Ausetanen en Iliturgi/Mentissa is niet aanwezig. De lokatie is

          in feite te ver zuidelijk gelegen.

                                                                                ‑4

 

          Samenvatting:

          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

          Aldus blijven er eigenlijk nog 5 plaatsen over, die via deze methode met

          een redelijke mate van waarschijnlijkheid in aanmerking komen voor de

          beoogde lokatie. Hierbij vallen o.a. de lokaties aan de kust of te dicht van Carthago-

            nova af

 

          CARBONEROS               in Sierra Morena         gebied Oretanen

          CARBONERAS DE GUADAZAóN  bij Teruel     gebied Arsitanen

          MONTNEGRE                aan de Ebro                 geb.Ausetanen/Aretanen

          SERRA NEGRA              binnenland Peniscola  gebied Ilerkaonen

          NEGRóN                          bij Teruel                    gebied Arsitanen

 

          Van de diverse lokaties in de Sierra Morena voldoet die van Carboneros

          nog het meeste aan de overgeleverde indicaties. Indien voor Ausetanen

          inderdaad Arsitanen gelezen moet worden, dan komen de lokaties bij

          Teruel nog meer in beeld. Als volledig vastgehouden wordt aan de juiste

          overlevering door Livius, dan is de Ebro‑lokatie de meest

          waarschijnlijke. Qua afstand tot de Ebro komt de Serra Negra het meest

          in aanmerking.

          Alles bijeen komen de lokaties bij of direct ten zuiden van de Ebro nog

          het meest in aanmerking, temeer daar aan het eind der vijandelijkheden

          we Hasdrubal, de zoon van Hamilcar, terugvinden te Saguntum en Nero is

          weer terug op zijn verdedigingslinie bij de Ebro.

 

 

 


 

Scenario’s:

 

I.Stel, dat Livius geheel juist bericht. Nero gaat dan naar de Ebro en verzamelt alle beschikbare troepen en gaat in de aanval op de vijand. Waar is die? Volgens Livius heeft Hasdrubal (zoon van Hamilcar) zijn legerkamp in het gebied van de LAPIDES ATRI bij de stam van Ausetanen. Dat is in feite aan de voet van de Pyreneën. Nero zal dus in dat geval rechtsomkeert gemaakt moeten hebben en in noordelijke richting Hasdrubal bij de Ausetanen zijn gaan zoeken. Van zijn kant moet Hasdrubal waarschijnlijk met een omweg daar geraakt zijn, want rechtstreeks via Tarraco ligt niet erg in de rede. De Romeinen zouden hem daar onderschept hebben. De noodzakelijke omweg leidde langs en door het gebied van de Ilergeten. Dat waren in deze tijd ook de bondgenoten van Carthago. Let overigens ook op de lettergreep ‘Iler’, die ook min of meer terug komt in het door Livius genoemde Iliturgi. Nero weet Hasdrubal tenslotte in te sluiten in een dal in het gebergte in deze streek. We kunnen dan denken aan de berg Negre aan de bovenloop van de Lobregat, ofwel de Montnègre in de Pyreneën. Hasdrubal ontsnapt en keert terug naar een positie ten zuiden van de Ebro. Dit scenario wordt zeer kort zonder commentaar gevolgd door Huss in het boek Die Karthager op blz 271. Dit scenario wordt overigens ook ondersteund door het feit, dat er voortdurend sprake van is, dat deze Hasdrubal moest gaan zorgen voor de noodzakelijke aanvoer van verse troepen naar Italië. En dus is hij op weg naar een Pyreneënpas.

 

II.Stel, dat de LAPIDES ATRI een iets andere betekenis hebben. In plaats van zwarte of donkere stenen zou het kunnen gaan om bijzondere stenen. Plinius noemt zoiets onder XXXVI, 160. Hier sprake van doorzichtige stenen ofwel spiegelsteen en die worden in Spanje gevonden nabij Segobriga en wel tot 100 mijl daaromheen. Segobriga ligt in het achterland van Sagunto en dat kan aardig kloppen met het winterkwartier van Hasdrubal (zoon van Hamilcar) in de winter van 211/210. Nero overschrijdt in dit geval de Ebro en weet Hasdrubal in de bergen achter Sagunto te verrassen. Voor Ausetanen moeten we dan Arsitanen lezen. Bovendien ligt dit gebied tussen Mentissa en Iliturgi (de noordelijke). Het gebergte kan dat van Teruel zijn. Bijvoorbeeld de Negron of de Carboneras de Guadazaon. Hasdrubal ontsnapt. Het komt nog tot een korte achtervolging, maar Nero keert uiteindelijk terug naar een positie ten noorden van de Ebro.

 

III.Stel, dat de plaatsnamen Iliturgi (de zuidelijke) en Mentissa doorslaggevend zijn in de berichtgeving. Hasdrubal (zoon van Hamilcar) wijkt terug van Saguntum naar Castulo, waar zijn broer Mago met een ander Carthaags leger ligt. Onderweg wordt hij echter ingehaald en ingesloten door Nero. We zitten dan in het gebied van de Oretanen en niet van de Ausetanen of Arsitanen. Hasdrubal ontsnapt en Nero keert om naar veiliger gebieden, want Hasdrubal en Mago zullen zich inmiddels hebben kunnen verenigen en gezamenlijk zijn zij te sterk voor het leger van Nero. Dit verklaart de lange terugtocht van Nero. Het gevolg is, dat Hasdrubal op den duur wellicht zijn positie bij Saguntum weer kan innemen.

 

Volledig uitsluitsel geeft dit artikel dus niet, maar het vormt wellicht een stap verder in de richting van de oplossing van het raadsel der  'zwarte stenen' van Livius.

 

          Maart 2007

          H van Diessen

          Apeldoorn