donderdag 23 mei 2013

Verwarring in de overleveringen?


VERWARRING IN DE OVERLEVERINGEN?

 

Inleiding.

 

Ook in de oudheid schrijft men al veel van elkaar over. Een van de mogelijke voorbeelden wordt hieronder nader uitgewerkt.

Het betreft het vraagstuk Gnaeus en Munda.

 

Eerst een overzicht van enige auteurs, die ermee te maken zouden kunnen hebben in chronologische volgorde:

 

Schema:

        200  POLYBIOS VAN MEGALOPOLIS >>>> wereldgeschiedenis

             X                        

        180  X

             X

        160  X

             X

        140  X

             X

        120  X

 

        100  CORNELIUS NEPOS >>>> de viris illustribus

             X                                              SALLUSTIUS (Jugurtha)

        80   X                                              X

             X    STRABON VAN AMASEIA >>>> Geographika      X

        60   X    X    TITUS LIVIUS VAN PATAVIUM >>>> Ab Urbe Condita

             X    X    X    DIODOROS VAN AGURION >>>> Historion Bibliothèkè

        40   X    X    X         X?                         X

             X    X    X         X?                         X

        20        X    X         X?

                  X    X

        0         X    X

                  X    X

--------------------------------------------------------------

 

Waar gaat het over?

 

De plaats Munda in Zuid-Spanje komt meerdere malen ter sprake in de overleveringen. Hetzelfde gebeurt ook met de naam van één of meerdere figuren: Gnaeus en wellicht in samenhang met die plaats.

 

Munda wordt ook genoemd tijdens de 2e Punische oorlog in 212/211 v.C, maar ook tijdens de burgeroorlog in 45 v.C. In de 2e Punische oorlog is er sprake van een Gnaeus Scipio. Tijdens de burgeroorlog treedt een Gnaeus Pompeius op de voorgrond. Het kunnen twee geheel aparte gebeurtenissen zijn, maar is er toch niet sprake van enige verstrengeling en verwarring?

 

 

 

 


 

De overleveringen.

 

POLYBIUS

 

De eerste historicus, die erover zou kunnen berichten, met name over de 2e Punische oorlog, is Polybius. Merkwaardig genoeg zegt hij er maar heel weinig over, ofwel zijn overlevering over deze episode is goeddeels verloren gegaan.

 

Uit boek 8 is een fragment bewaard gebleven over alleen maar verdedigingsmaatregelen, die Gnaeus Scipio volgens hem in 211 v.C te Spanje neemt.

Vervolgens gaat hij in boek 9 in op het resultaat van de hierna losgebarsten strijd:

“De Carthaagse legeraanvoerders hadden hun (Romeinse) legeraanvoerders bedwongen, maar zichzelf bedwingen konden zij niet. Toen ze meenden de oorlog tegen de Romeinen tot een goed einde te hebben gebracht, begonnen ze onderling verdeeld te raken en waren er onafgebroken conflicten tussen hen ten gevolge van hun hebzucht en hun heerszucht, eigenschappen, die bij de Feniciërs aangeboren zijn.”

Geen woord over de kennelijk plaatsgevonden dubbelslag, maar alles over zijn vooringenomenheid t.o.v. de Feniciërs. Merkwaardig, dat hij over Feniciërs praat en niet over Carthagers.

 

Munda komt bij Polybius in zijn berichtgeving kennelijk niet voor! En dat zal wel terecht blijken te zijn.

 

CORNELIUS NEPOS >>>> de viris illustribus

 

Geen overleveringen over deze kwestie zijn van hem bekend.

 

SALLUSTIUS (Jugurtha)

 

Deze geschiedschrijver houdt zich eigenlijk alleen met Jugurtha van Numidië bezig. Hij vermeldt nog wel, dat deze Jugurtha betrokken was bij de strijd om Numantia te Spanje, maar verder komt Spanje niet in beeld.

 

STRABON VAN AMASEIA >>>> Geographika

 

Onder III 2.2. vermeldt hij (64/63- v.C – 19 na Chr) dat Munda 1400 stadiën verwijderd is van Carteia. We zouden dan uitkomen bij de streek van Castulo of nog verder! Strabo verkeert echter in de veronderstelling, dat Munda bij Corduba ligt. Hier zou in 45 v.C Gnaeus Pompeius tijdens de burgeroorlog heengevlucht zijn.

Onder III 4.9. komt naar voren, dat Caesar in 45 v.C in 27 dagen van Rome naar Obulco (=Porcuna) is gemarcheerd met zijn leger en verder de strijd aan te gaan bij Munda. Obulco ligt weer c.300 stadiën verwijderd van Corduba.

 

TITUS LIVIUS VAN PATAVIUM >>>> Ab Urbe Condita

 

In het jaar 214 v.C komt bij hem de plaats Munda in beeld. Eerder in dit jaar is er al strijd tussen Romeinse en Carthaagse troepen te Castrum Album (bij Alicante), bij de berg Victoria, Iliturgi en Bigerra.

Gnaeus Scipio valt het Carthaagse legerkamp bij Munda aan (boek XXIV,42):

“Bij Munda vond ongeveer vier uur lang een geregeld gevecht plaats. Hoewel de Romeinen bezig waren een eclatante overwinning te behalen, werd toch het sein tot de terugtocht gegeven: Gnaeus Scipio was door een werpspies in zijn dijbeen getroffen en de soldaten om hem heen waren doodsbang, dat de wond fataal zou zijn.....”

 

Waar ligt Munda eigenlijk? De tot dusver genoemde plaatsen liggen over het algemeen in Oost-Spanje. De overlevering van Livius gaat verder met de vermelding van de plaats Aurinx en dat is het huidige Jaèn in Zuid-Spanje. Munda kan dus waarschijnlijk aan de bovenloop van de Baetis (Guadalquivir) gelegen zijn. We zouden kunnen denken aan Montilla bij Cordoba. Overigens is een zover doordringen tot in de Baetisvlakte niet erg zeker, zo ver van hun thuisbasis in Catalonië!

 

Dan zwijgt Livius over Spanje. Er gebeurt ook volgens hem twee jaar lang niets noemenswaardig. Dat is niet geloofwaardig. De Romeinse bevelhebbers Gnaeus en Publius Scipio kunnen niet bewust al die tijd pas op de plaats gemaakt hebben.

 

Livius pakt uiteindelijk de draad van het verhaal weer op in boek XXV 32-36 en noemt het jaar 212 v.C. Gnaeus en Publius Scipio beginnen met een offensief en dringen diep in Spanje door. Eerst volgt er een confrontatie te Amtorgis (waar?--> zie mijn artikeltje daarover). Dan splitsen de Romeinen hun leger. Hasdrubal Barcas weet de Keltiberiërs tot afval te bewegen. Andobales/Indibiles komt te hulp met de Suessetanen.

Waarom eigenlijk niet met de Ilergetes, wat zijn eigen volk was? Wellicht was het een naamgenoot?

Massinissa doet goed werk met zijn Numidische ruiterij en beide resterende Romeinse legers worden volledig verslagen. Er is sprake van dat Gnaeus Scipio 29 dagen na zijn broer Publius Scipio sneuvelde. Waar dat precies gebeurde is onzeker, maar wellicht geeft Plinius een aanwijzing daarvoor. Dat getal 29 kan belangrijk zijn in een vergelijking met andere overleveringen.

 


 

Voorts is het opmerkelijk, dat Polybius het over het jaar 211 v.C heeft en Livius noemt het jaar 212 v.C. Als Polybius gelijk heeft, dan zou er mogelijk 3 jaar niets noemenswaard in Spanje gebeurd zijn. Dat is nog minder waarschijnlijk. Aan de andere kant zat Polybius 1 ½ eeuw dichter bij de gebeurtenissen dan Livius.

 

Caesar.

 

In zijn Bellum Hisp.(32,5) noemt hij de afstand van Carteia tot Munda: 1360 stadiën. Dat komt redelijk overeen met de afstand, die Strabo noemt: 1400 stadiën. Dat is dus een stuk voorbij Corduba. Daarentegen gaat Ptolemeus (2.4.9.) in de 2e eeuw na Chr. er echter weer van uit, dat deze afstand slechts 400 stadiën is en dan zitten we ten hoogste bij Montellano /Moron in de zuidelijke Baetis en dat is weer een heel stuk voor Corduba.

 

Diodorus van Agyrium.

 

Deze encyclopedist uit de 1e eeuw na Chr. houdt zich vooral bezig met Sicilië (waar hij vandaan komt), maar ook vooral met de Griekse wereld. Het voor hem verre Iberië komt maar zelden aan bod. Als hij al verre landen beschrijft, dan vervalt hij al snel in legenden en mythen.

Onder V.38 1-4 gaat hij wel in op de mijnen van Iberia. Concrete aanwijzingen omtrent Munda en de Scipio’s ontbreken echter, althans volgens het materiaal, wat mij ter beschikking staat.

 

Silius Italicus.

 

Deze dichter leeft van 26 – 101 na Chr. Hij is geen geschiedschrijver, maar toch noemt hij een aantal plaatsen, die samen met Hannibal in 219/218 v.C ten strijde trokken. Hij heeft het over het Delfische Castulo, Hispalis, Nebrissa. Carteia trok met de kinderen van Arganthonius ten strijde. Tartessus greep naar de wapenen, net zoals Munda. Corduba wachtte niet af.En dat alles onder leiding van de Carthaagse kapitein Hannibal naar de Pyreneeën.

 

Appianus.

 

Hij plaatst in het boek Iberica (16.61) tijdens de strijd van 212/211 v.C Publius Scipio te Kastalo en Gnaeus Scipio te Urso. De laatste plaats is ver gelegen in de Baetisvallei. We zullen zien, dat dat laatste hoogstwaarschijnlijk een verzinsel is.

 


 

Plinius de oudere.

 

Hij is meer een man, die de natuur beschrijft, maar af en toe noemt hij ook plaatsen, die voor de geschiedschrijving relevant zijn:

NH boek III.7:

“De Baetis ontspringt in de provincie Tarraconensis, maar niet zoals sommigen beweren bij de stad Mentesa maar in de bergwouden van Tugia, niet al te ver van de Tader die het gebied van Nieuw-Carthago bevloeit. Bij Ilorci maakt hij een bocht om het grafmonument van Scipio en zich naar het westen wendend gaat hij op weg naar de Atlantische oceaan en geeft onderwijl aan de provincie zijn naam.”

 

Plinius haalt hier een aantal zaken door elkaar. Hij beschrijft goed de plaats Ilorci (=Lorqui), maar dat ligt aan de Tader in de buurt van Murcia. De beschrijving van de loop van de Baetis is ook prima in orde, maar de lokatie van het Ilorci moet niet aan de rivier Baetis gekoppeld worden. Voor de lokatie van het graf van (Gnaeus!) Scipio zijn er nu twee mogelijkheden. Ofwel bij Ilorci(=Lorqui) aan de Tader, ofwel in de bocht van Garganta van de Baetis in de bergen van Cazorle.

 

Tot zover de overleveringen, die op zijn minst tegenstrijdig zijn met elkaar.

 

Voorlopige conclusies:

- Er zijn wellicht wel meerdere Munda’s. Een in de buurt van Cordoba en een een stuk voorbij Cordoba. Er kan zelfs een Munda als plaats en als rivier aangewezen worden. Als er al een Munda is, dan een plek voorbij Cordoba.

- De overleveringen betreffende de avonturen van de Scipio’s moeten met een zwaar korreltje zout genomen worden. Ze zullen nauwelijks in staat zijn geweest om tot in de Baetisvallei door te dringen.

- Het getal van 27 of 29 dagen zou wel eens een eigen leven hebben kunnen gaan leiden.

- Polybius lijkt de meest betrouwbare, zij het summiere,   overlevering te geven. De anderen schrijven veelal van hem over, of verzinnen er maar wat bij.

 

 

 

 

 


 

Hoe denken enige hedendaagse auteurs over deze zaken?

 

Er zijn diverse auteurs, die gewoon de mening van de klassieke auteurs volgen, of althans dat neutraal berichten, zonder er echt commentaar op te geven. Er zijn er een paar, die wel veelal kritisch commentaar geven. Een paar voorbeelden:

 

Caven
Lancel (boek 128)
Seibert (boek 287)
 
 
De Romeinse overwinningen bij Iliturgi en Intibili in 215 v.C zijn verzinsels
 
 
De Romeinse opmars in 214 v.C naar Castulo, Bigerra, Munda, Aurinx zijn verzinsels
 
 
In 213 en 214 v.C was de Romeinse positie zo zwak, dat men zich alleen nog in Catalonië kon weren en dat men niet van de afwezigheid van Hasdrubal’s leger kon profiteren
Gnaeus bevindt zich bij de Tader
Gnaeus sneuvelt bij Ilorci
 
Publius gaat in de richting van de boven-Baetis
Publius komt tot Castulo?
 
 
 
Hij spreekt over 28 dagen tussen het sneuvelen van Publius en Gnaeus Scipio
 
 
Publius wordt minder gunstig afgebeeld en Gnaeus Scipio krijgt de heldenrol in de Romeinse overlevering

 

 

 

 

 

 

 


 

En hoe was het nu werkelijk?

 

Dat valt dus met geen mogelijkheid te zeggen. De klassieke auteurs, die zorgden voor de overleveringen, hebben er een puinhoop van gemaakt. We kunnen hoogstens een vermoedelijke reconstructie ten beste geven. De beginvraag, of er toch niet sprake is van enige verstrengeling en verwarring kan in ieder geval bevestigend beantwoord worden.

 

☺ Polybius rept niet over de plaats Munda in het jaar 214 v.C. We mogen gevoegelijk aannemen, dat de Romeinse ‘overwinningen’ in dat jaar via de plaatsen Castulo, Bigerra, Munda en Aurinx verzinsels zijn. De Romeinse positie was zo zwak, dat ze de Ebro-lijn konden houden en in het gunstigste geval hun posities tot (en met) Saguntum. We kunnen ook vraagtekens plaatsen bij hun eerdere overwinningen bij Iliturgi en Intibili. Die plaatsen moeten we overigens zoeken in de streek net over de Ebro en zeker niet in de Baetisvallei.

 

☻ Het preciese jaar van de ondergang van de broers Scipio is wat minder van belang. Het is dus 212 of 211 v.C. Ook hier neig ik overigens naar de overlevering van Polybius.

 

♥ Het begin van de dubbelslag. Zo dom om hun strijdkrachten te splitsen. Daar geloof ik dus niet in. Het heeft er eerder de schijn van, dat de broers Scipio verrast werden met de vijandelijke opmars en de vijanden plots zo dichtbij en dat ze gewoon de tijd niet meer hadden om bijtijds hun troepen te verenigen.

 

♦ Lokatie aan het begin van de dubbelslag. De positie, die Appianus noemt voor Publius (te Kastalon) zou wel eens waar kunnen zijn. Dat maakt ook de aanwezigheid van Andobales een stuk verklaarbaarder. Gnaeus zat waarschijnlijk een stuk zuidelijker aan de Tader. Hier moet dus ook Amtorgis hebben gelegen, als de naam al niet verzonnen is. Als de naam werkelijk heeft bestaan en dus ook de plaats, dan moeten we die veel westelijker zoeken in de richting van het bestaande Conistorgis in Zuid-Portugal of Huelva-regio. Dan wordt ook weer een tocht van 29 dagen veel meer waarschijnlijk.

 

♣ In de streek tussen Kastalon en de Ebro moet Publius Scipio zijn grote nederlaag geleden hebben, wanneer hij Andobales komende vanaf de Ebro ontmoet. Hij wordt achterhaald door Massinissa en tenslotte door Hasdrubal Gisgo en Mago Barcas.

 

♠ Ergens aan de bovenloop van de Tader, of een andere zuidelijker gelegen rivier, bekruipt Gnaeus het gevoel, dat Publius iets is overkomen en hij tracht terug te komen. Dat doet hij via de bergen parallel aan de rivier, totdat hij door iedereen bij wellicht Ilorci (=Lorqui) achterhaald wordt en volledig wordt vernietigd. Dit zou 29 dagen na het sneuvelen van Publius zijn gebeurd. Zo’n lange tijd lijkt niet erg waarschijnlijk.

 

• Tijdens de burgeroorlog bijna twee eeuwen later komt Caesar met zijn leger in 45 v.C naar Obulco (=Porcuna). Hij heeft 27 dagen nodig voor het traject Rome – Obulco. Dit tijdvak lijkt wel erg op de 29 dagen tussen de beide Scipio’s! Het kan toeval zijn, maar het kan ook ‘overgeschreven’zijn naar welke kant dan ook.

 

◘ Caesar verslaat vervolgens Gnaeus Pompeius te Munda, dat op 300 stadiën van Corduba ligt. Dit Munda moet waarschijnlijk ten noordoosten van Cordoba hebben gelegen. Caesar noemt niet voor niets het traject Carteia -> Obulco. Dus moeten we Munda in diezelfde richting zoeken.

 

○ Dat er een Gnaeus Scipio is en een Gnaeus Pompeius. Daar geloof ik dus wel in. Er waren vele Romeinen met de voornaam Gnaeus.

 

Met andere woorden: er zijn heel wat verzinsels in de overleveringen geslopen. Het is allemaal eenvoudiger, dan is voorgesteld.

 

H.R.van Diessen

Apeldoorn, 2009.

 

woensdag 22 mei 2013

Tanit


Het z.g.Tanit symbool.

 

Waarschijnlijk heeft het teken dus niets of weinig van doen met de godin Tanit. De associatie met deze godin is een keer geopperd en sindsdien is dit een eigen leven gaan leiden. Omdat we nog steeds geen afdoende verklaring voor het teken, wordt het voor het gemak nog steeds het teken van Tanit genoemd.

 

Waar is het dan wel opgebaseerd?

 

- De meest primitieve vorm van het teken is een trapezium met aan de bovenzijde een horizontale streep en daar weer een cirkel bovenop. De streep is soms aan de uiteinden voorzien van een soort haken. In de loop van de tijd evolueerde het teken van trapezium naar driehoek.

 

- Een gedenksteen in het heiligdom van Carthago bevat het silhouet van een priester in biddende houding in een lange jurk, waarop het teken is aangebracht. Dit suggereert, dat het teken een vereenvoudigde weergave is van de man, die het draagt.

 

E.Renan is echter van mening, dat het teken staat voor de wijding, maar

P.Berger denkt, dat het teken de konische weergave is van de godheid.

Clermont-Ganneau legt zich neer bij de gewoonte om het dan maar het teken van Tanit te noemen.

Daarentegen ziet E.Babelon het teken als een symbool van de Punische heilige drie-eenheid, maar die heeft nooit echt bestaan.

E.Vassel komt met een nieuw idee: hij baseert zich op de Fenicische afbeeldingen van Astarte (als Isis,Hathor) en ziet de figuur als een diagram van een konische steen van de gekroonde Astarte met de zonneschijf tussen twee koeienhorens en dat valt weer samen met de horens van de maansikkel.

De verklaringen blijven binnenstromen:

Pater Lagrange ziet het weer als een ‘gewone’heilige steen.

R.P.Ronzevalle verwijst naar de overeenkomst met het Egyptische Ankh teken = het teken van leven.

S.Gsell gaat mee met de suggestie van Goblet d’Alviella: het is een fusie van de weergaves van de heilige steen en het Egyptische kruis. Het is een samenstel van twee basiselementen: de cultus van het altaar aan de benedenzijde en de godheid als hemels lichaam aan de bovenzijde.

 

P.Cintas komt tot de conclusie, dat al deze suggesties niet zorgen voor de oplossing van het vraagstuk, omdat geen enkele compleet is. Gedurende de gehele Punische periode heeft het teken de functie van een pentagram, maar dat houdt niet op bij het getal 5. We zullen daarom nooit weten wat het fundamentele element was, dat oorspronkelijk gekozen was als basis voor de andere elementen.

Een ding is wel duidelijk. Vanaf het begin was het symbool compleet en dat begin valt aan het eind van de 6e eeuw of het begin van de 5e eeuw.

Naar zijn mening heeft het iets te maken met het Ankh-teken, het betyl- en/of flessymbool of zelfs met de knoop in de gordel van Isis om nog een paar verklaringen te noemen.

Het benedendeel van het teken geeft zeker een soort altaar weer. Afbeeldingen van altaren komen meer voor en soms staat er dan een betyle op, of wat wierookbranders of de staf van Esjmoen. In een enkel geval wordt zelfs een hele tempel op het altaar weergegeven.

 

Het is een fundamentele vergissing om het het teken van Tanit te noemen, want de teken komt ook voor bij andere godheden als Baal Addir en Baal Hammon. Soms komt een variant van het teken voor met de naam van Baal in plaats van de cirkel! Weliswaar doet Tanit pas goed haar intrede in de loop van de 5e eeuw v.C en dat valt dan weer samen met het verschijnen van dit teken.

 

D.Harden e.a. wijzen op de evolutie vanuit een betyle. En dan zou het begin van het teken al in de 8e eeuw v.C geplaatst kunnen worden.

 

Conclusie:

We moeten het teken van Tanit gauw vergeten, maar kunnen beter spreken van:

het teken van de godheid, wie dat dan ook op dat moment en welke plaats dan ook moge zijn.

 

H.R.van Diessen

Apeldoorn, maart 2010.

Eiland


EILAND

 

De Zeekanaänieten duiden dat veelal aan met het woord ‘y. Aleph-Yod. Soms valt de aleph echter weg. Vervolgens komt dan een verdere benaming met vaak een alledaagse betekenis.

 

1.De aangetoonde eilanden met de stam ’y.

18 x

Fenicisch/Punisch antieke naam huidige naam    betekenis           lokatie                  overig

’yglgl(t)
Igiligili
Didjelli
Eiland van de schedel, of  kring stenen?
Kust Algerije
 
’yksm
Ikosium
Algiers
Eiland van de uilen
Kust Algerije
 
’ybšm
Ebusos
Ibusjim?
Ibiza
Eivissa
Eiland van de balsemboom
Voor de kust van oost-Spanje
 
’yns.m
Enosim
Carloforte
Eiland van de havikken
ZW kust van Sardinië
Of: valken
’yrnm
Cossyra
Iranim?
Pantelleria
Eiland van .....
Voor de kust van Tunesië
 
’y’s.dn
Isidon?
 
Eiland van Sidon, ofwel viseiland?
Libanon
 
’ytnm
Itanim?
 
Eiland van de draken?
Bij Sousse?
 
’yh.l
Zie bij IOL
Ihal? Ohel?
 
Eiland van zand
Kust Algerije
 
’ynk
Inak?
 
Eiland van Arvad
Syrië?
 
’y ‘rm
Ioram?
 
Eiland van de bomen
Kust Algerije?
Alternatief Madeira
’ygš’
Igasa?
Igesur?
 
Eiland van Gesur?
?
 
’ymr
Marion
 
Eiland van Marion
Cyprus
 
’yn’
?
 
?
?
 
Y’l
Iol
Cherchell
Eiland van de god Iolaos??
Kust Algerije
 
Lyd[...
’ylyd
Lyd??
 
Eiland van
Lyd?
?
 
Ynn
( ’ynn?)
Melite
Malta
Eiland van NN
Onder Sicilië
 
?ymnm?
Iomnium
Tigzirt
 
Kust Algerije
 
ytn
Ithanos
 
 
Oost  Kreta
 

 

Als het fenicische woord voor slang bekend is, dan weten we ook de waarschijnlijke naam van Formentera!


 

2.Andere woorden met mogelijk ‘eiland’ daarin opgenomen.

 

Fenicisch/Punisch antieke en huidige naam    betekenis                 lokatie       

’ybn‘
 
 
Eiland van bn‘ (Banno)?
 
 
’yb‘l
 
 
Eiland van Baäl?
 
 
 
’yll
 
 
Eiland van ll.....?
 
 
 
’ydr’
 
 
Eiland van dr’....? Bestaand woord! = tijd of periode
 
 
’ybl
 
 
Eiland van de maand Bul?
 
 
’yh.šbr
 
 
Eiland van h.sjbr...? Bestaand woord!
 
 
’ykn’
 
 
Eiland van kn’....?
 
 
 
’ykn‘
 
 
Eiland van kn‘....?
Wellicht Kanaä(n)?
 
 
’yl
 
 
Eiland van het hert?
 
 
 
’ymtn
 
 
Eiland van Matan?
 
 
 
’yspn
 
 
Eiland van Saphon?
Foutspelling s.?
Wellicht Himulli?
 

 

11x

 
3.Andere eilanden, maar dan zonder de stam ’y.

 

Fenicisch/Punisch antieke en huidige naam    betekenis                 lokatie       

’lšy
Alasia
Cyprus
 
Z van Turkije
 
Byt*n
Bitia
Torre de Chia
 
ZW Sardinië
 
gdr
Gadir
Cadiz
omheining
ZO Spanje
 
gwl
Gaulos
Gozzo
 
Bij Malta
 
mgdl
 
Mogador
Torenachtig gebouw
Bij Essaouira
 
Mt.w’
Motya
Mozia
 
W-Sicilië
 
Ngr?
Nora
Nogar?
Nora
 
ZW Sardinië
 
slky
Sulcis
Sulkoi
San Antioco
 
ZW Sardinië
 
s.r
Tyrus
Soer
 
Libanon
 
qyr
Cercina
Kerkenna
 
Kust Tunesië
 
šrdn
 
Sardinië
 
 
 

 

11x

Waarschijnlijk waren de huidige schiereilanden Nora en Bitia toen nog eilanden.
  

4.Andere eilanden, maar dan zonder een bekende Fenicische/ Punische naam.

 

antieke               en huidige naam        betekenis                 lokatie                 opmerking

 
El Villar
 
Bij Malaga
 
 
Alboran
 
Tussen Spanje en Marokko
 
Arados?
Bahrein
 
Perzische golf
twijfel
Azor??
Azoren
 
 
twijfel
Londobris
Berlenga
 
Kust Portugal
Twijfel
Phoenissa?
Formentera
slangeneiland
Bij Ibiza
 
Baleares maior
Mallorca
Slingeren
Voor  kust Oost-Spanje
 
Baleares minores
Menorca
 
Voor kust Oost-Spanje
 
Cassiteriden
Scilly eil.??
tineilanden
?
 
Cerne
Herne
Arguin ???
 
Mauretanië?
 
Hiera
Marettimo
 
W-Sicilië
 
Phorbantia
Levanzo
 
W-Sicilië
 
Aigoussa
Favignano
 
W-Sicilië
 
Islas Fortunae
Canarische eil.
Gelukkige eil.
Kust Marokko
 
 
Islas Chafarinas
 
Rifkust
 
Kheneiss
Kneiss
 
Kust Tunesië
 
Kyrnus
Corsika
 
Bij Italië
 
Linos
Linosa
Een klaaglied?
Voor kust Tunesië
 
Lampas
Lampedusa
 
Voor kust Tunesië
 
 
Madeira
Het gelukzalige eiland?
Atlantische oceaan
 
Meninx
Djerba
Eiland van de Lotophagen
Kust Tunesië
 
Phoinikoussa
Filicudi
Eolisch eiland
Bij Italië
o.b.v. de Naam!
Rusguniae
Rachgoun
Kaap van ??
Rifkust
 
Tylos?
Bahrein
 
Perzische golf
Twijfel
Ostroedos
Ustica
Leeg?
Noord v. Sicilië
 
Zembra
Aegimures
 
Bij Kaap Bon
 

 

24x

Er zitten in deze opsomming een aantal twijfelgevallen, zoals de eilanden in de Perzische golf.
 

Overzicht van de 64 eilanden

-----------------------------------

18 met de stam /’y

11 misschien met de stam /’y

11 andere naam dan /’y

24 overig eilanden

 

En dan zijn er nog vermoedens, zoals:

- Eiland van het paard (Carvalho) bij ABUL te Portugal

- Islas Habibas voor de westkust van Algerije

- Eiland van de perzikboom (Pessegueiro) bij PORTO COVO te Portugal

- diverse Griekse eilanden, zoals Thasos, Melos, Rhodos.

- Kaap Verdische eilanden

 

En dan zijn er nog wat vraagpunten:

Sommige namen met de stam /’y zijn helemaal geen eiland.

Sommigen lezen bij Ibiza: het eiland van BES.

  

NCFPS

H.R.van Diessen

2009