donderdag 22 januari 2015

Wegwijs2

Een andere KIJK op de zaak.
Populaire tijdschriften duiken dus ook wel eens de klassieke geschiedenis in. Ditmaal werd het een artikeltje over de door de Carthagers verrichte kinderoffers op basis van de bevindingen van L.Stager.
33.3.Economisch voordeel kinderoffers               Stager in TS KIJK   1981

Sommige serieuze onderzoekers zoeken de grens op van populaire onderwerpen. Er moet immers gepubliceerd worden!

Over het water lopen.
Een merkwaardige overeenkomst ligt er bij Mozes en Hamilcar. Mozes gaat door de Bittermeren heen en Hamilcar ploegt over een strandwal ten noorden van Carthago. In beide gevallen schijnt een windrichting ervoor gezorgd te hebben, dat er net een pad droogviel om doorheen te trekken.
79.21.  JOURNAL NEAR EASTERN STUDIES 53           Univ.of Chicago,1994
          79.21.4.Crossing the Waters:Moses and Hamilcar    Stanislav Segert

Soms wordt de grens ook in geografische zin opgezocht. Diverse publicaties pogen een veelal Bijbelse verbinding te leggen met landen als Axum, Yemen en Hadremaut, waarbij dan ook de Feniciërs een rol gespeeld zouden hebben. Een heel andere kant uit loopt er een langdurig onderzoek naar de vraag, of de Feniciërs de Azoren bereikt zouden hebben:

Een fabeltje?

Het duo Bikai ontkracht min of meer het verhaal, dat er Fenicische relicten zouden zijn op het eiland Corvo (Azoren).  Het begint met een Arabische uitspraak:
 Ibn Khordadbey (c.950) zegt, dat er een waarschuwend monument is om niet verder westwaarts te gaan: een bronzen ruiter met uitgestrekte arm.
 De Italiaan Pizigano zet in 1367 aan de rand van zijn kaart dit monument neer en wel toevallig op de plek, waar later de Azoren zouden blijken te liggen.
 Damien de Goes rapporteert in 1567, dat er een stenen beeld zou zijn in Moorse klederdracht met de rechterarm wijzend naar het westen op het eiland Corvo. Er zou ook een onleesbare inscriptie aangetroffen zijn.
 Manoel de Faria y Sousa herhaalt het bericht in 1628.
 In november 1749 wordt op Corvo een zwarte pot gevonden met 2 gouden en 5 bronzen munten uit het Carthago van 200 v.C en wel bij de fundamenten van een gebouw.
 Johan Podolyn (Zweed) gaat in 1761 naar Madrid, waar hij die muntenschat krijgt van Fr.Henrique Flores, die voorgaand verhaal vertelt.
 In 1835 komt Kapitein Boid te Corvo en de inwoners verhalen nog steeds van het verhaal van het beeld, waarbij ook Columbus een rol speelt.
 De Bikai’s doen in 1978? Opnieuw het eiland aan en nog steeds waart het verhaal rond, maar nu is het een richtingsaanwijzer geworden naar Boston met name. Daar gingen velen van de Azoren werken in de Nieuwe wereld.
Wanneer nu de kaap bekeken wordt (Ponta do Marco) dan heeft het wel iets van een ruiterstandbeeld. Het echte beeld en het gebouw zijn inmiddels al lang verdwenen.
 B.S.J Isserlin doet een archeologisch onderzoek, maar komt niet tot een duidelijk resultaat? => conclusie: de Fenicische legende van de pilaren van Melqart als uiterste grens hebben steeds een ander jasje en zelfs een andere plaats gekregen. De munten kunnen ook stammen uit het Corvo te Portugal. Archeologisch bewijs ontbreekt. Vrij onwaarschijnlijk, dat de Carthagers er zijn geweest, te meer, daar de Azoren gemakkelijker vanuit Amerika zijn te bereiken, dan andersom vanuit Europa.
          84.13.  A Phoenician Fable                        M.Patricia
                  Corvo                                     P.M.Bikai

Bij dit alles moet echter niet vergeten worden, dat het begin van de derde pijler onder de klassieke beschaving teruggevonden wordt in Syrië!

Of moeten we toch nog verder teruggaan tot ver in het zuiden van Arabië?

Een mogelijk stamland? De Feniciërs, hun voorlopers, of althans een deel daarvan zouden wel eens uit Yemen en/of Hadremaut afkomstig kunnen zijn. Met name het gebied van SHABWA aan de Wadi ATF laat door een Frans onderzoek zien, dat dit gebied in de oudheid goed ge-irrigeerd was en een belangrijk land- en tuinbouwgebied was. De verslechterende omstandigheden, gecombineerd met de door de klassieke schrijvers gememoreerde aardbeving heeft hen dan doen besluiten het noordelijker te gaan zoeken?

51.4.2. Shabwa (Zuid‑Arabië)                                    Univ.de Picardie, Amiens

Echt zeker zullen we alles nooit te weten komen. Zelfs in een nog afzienbaar verleden met geschreven overleveringen blijft de vraag hangen, of datgene wat opgeschreven is, ook werkelijk de waarheid is. We kunnen de waarheid slechts benaderen.

We weten het nooit zeker!

De gedachten van Brutus of Hannibal zijn slechts “benaderbaar”.  Je moet ook de vraag niet stellen:”Waarom trok Hannibal over de Alpen?” Beter is de vraag: “Wat dacht Hannibal, toen hij tot het besluit kwam om over de Alpen te trekken?” Een bewijs in stricte zin levert een historicus nooit. Zelfs het jaartallenboek is niet objectief, want dat is door het Christendom opgelegd.
De historicus heeft ook te maken met het subjectieve gevaar: het is niet toevallig, dat men de stichting van Utica of Gadir later of vroeger laat beginnen, naarmate men de Feniciërs verafschuwt of bewondert.
De Joodse geschiedschrijver Josephus verwijt de Grieken, dat zij allen op hun eigen wijze geschiedenis schreven, waardoor verschillende resultaten tot stand kwamen over hetzelfde onderwerp.
52.4.              Benaderbaar verleden    W den Boer Leiden, 1952 BOEK 95!

Bewijzen en modellen.
Studie en schrijven van geschiedenis is een vorm van ideologie. De historicus heeft te maken met verschillende (soms tegenstrijdige) technieken. Wat moeten we geloven van de klassieke auteurs, die veel schreven over gebeurtenissen van enige honderden jaren daarvoor. We moeten echter uitgaan van de stelling, dat al die klassieke verhalen waar zijn, totdat ze als onwaar zijn bewezen. Hamvraag: ondersteunt de archeologie de klassieke traditie?
Wanneer er over vrede gesproken wordt door de klassieke auteurs dan lijkt dat veelal maar zo. In werkelijkheid is het een permanente staat van onverklaarde oorlog tegen alle andere steden. Anderzijds was het ook profijtelijk om oorlog te voeren (als men wint). De meest mooie uitspraak van Finley is wel, dat hij historie geen wetenschap vindt.
53.11             Ancient History                                        M I Finley   Chatto & Windus
                        Evidence and Models      commentaar:                     Bastiaan Bommeljé NRC 8‑8‑86 BOEK 21


Zelfs de beeldvorming is aan vervorming onderhevig:
We hebben het over de Romeinen en we hebben gelijk een beeld van een harnas of een toga. Praten we over de Feniciërs, waar moeten we dan aan denken?

Fenicische kleding.
Deze komt o.a. tot uiting op diverse gedenkstenen:
-                     Ba ‘alyaton uit Umm el- ‘Amed
-                     Milkashtart van Hammon
-                     Twee personen van Umm el- ‘Amed
-                     Vrouw van Umm el ‘Amed
-                     Ba ‘alshamar van Umm el- ‘Amed
Het is veelal een jurkachtig gewaad met plooien, een tuniek en men droeg een platte of cilindrische muts. Dit kan echter alleen de priesterkleding zijn en was de gewone kledij afwijkend, maar niet waarschijnlijk, want Plautus laat in zijn toneelstuk een Griek naar een Carthager roepen:  “hé, jij daar in je jurk.”
57.21  Le costume phénicien des stèles        A Maes
       d'Umm el‑`Amed

Mannenkleding in de 3e eeuw v.C.
Die staat afgebeeld op scheermessen, gedenkstenen en sarcofagen. Er zijn vier types habijten te onderscheiden:
-                     lange jurk, smal tot op de voeten met een centuur. Lange of halflange mouwen. Wellicht van Egyptische oorsprong.
-                     Lange wijde jurk, harmonieus geplooid, meestal zonder centuur en met lange brede mouwen.
-                     Lange ‘oosterse’ kleding met brede mouwen, open uitvoering met borduursel en in verschillende kleuren.
-                     Korte jurk tot aan de knie, zonder hals met lange mouwen en getailleerd in het midden.
Het valt op, dat alles is genaaid en dat men nauwelijks gebruik maakt van spelden of gespen. De onderkleding bestaat uit een lendendoek. Bij koud weer wordt ook gebruik gemaakt van een schoudermantel. Al met al is de kleding veelzijdiger dan men oorspronkelijk dacht.
57.26  L'habillement masculin à Carthage à    A Maes
       l'époque des guerres puniques

En hoe uiten de Feniciërs zich? Er is het alom geroemde alfabetische schrift waarmee zij kwamen in het gehele gebied van Middellandse zee. De Grieken namen het over en na hen de Romeinen en nog vele anderen. Ook wij schrijven op basis van het Fenicische schrift. Helaas zitten hun tekens niet op onze schrijfmachine en hoogst zelden in computers. Van den Branden is er in geslaagd een mooi gestyleerde versie in zijn boek tot stand te brengen. Ook het Corpus Inscriptionem Semiticarum kent zoiets. We hebben het niet direct zo in de gaten, dat we dagelijks met de Feniciërs van doen hebben. Over het alfabet heb ik het al gehad, maar er is veel meer:
Een componist maakt een opera op basis van een boek van Flaubert en die Salammbo staat dan weer voor een roman, die speelt tijdens de huurlingenoorlog rond Carthago in de jaren 241-238 v.C.
-          Salammbo: onvoltooide opera van Moessorgski
en:
Een theatervoorstelling RO over het verhaal Aeneas van Vergilius door Keesmaat als vertellend acteur met muziek van de opera van Purcell.


Hedendaagse astronomen en schriftkundigen, zowaar uit Nederland, komen tot de conclusie, dat er op een Fenicisch kleitablet gewag wordt gemaakt van een zonsverduistering. Zomaar een krantenbericht.
-          Oeroud Phoenicisch kleitablet ontcijferd met hulp van de computer: zonsverduistering op 5-3-1223 V.C!

Het overdreven geklaag door deze auteur over de matige aandacht van de hedendaagse wereld voor het Fenicische erfgoed wordt even gigantisch onderbroken door een prachtige tentoonstelling in Venetië. Massaal kwamen de mensen daar op af. Ik kon er een prachtige catalogus met beschrijving aanschaffen. De belangrijkste voorwerpen werden in 1988 in het Palazzo Grassi uitgestald en met films werd het publiek goed op de hoogte gebracht wat met de name de Italiaanse archeologen allemaal aan het opgraven waren.
-          750.000 bezoekers in Palazzo Grassi in 1988

De Feniciërs stellen ons nog steeds voor raadsels. Ze hebben zoveel mee het graf in genomen. Hun archieven zijn verdwenen of heel karig via de Grieken en Romeinen overgeleverd. Via o.a. de Hebreeërs is bijvoorbeeld het raadsel van Tarsis tot ons gekomen en nog niet ten volle opgelost.
Vele streken komen in aanmerking, maar Zuid-Spanje maakt toch wel de meeste kans.

Er is dus zoveel o.a. in het woestijnzand verdwenen, maar daar ligt het niet alleen aan. Er is ook ongelooflijk veel geroofd. Het is triest, dat in de bakermat van de Fenicische beschaving dat tot op heden nog steeds gebeurd.

De grootste supermarkt van Libanon.
Na de Libanese burgeroorlog heeft er een enorme plundering plaats gevonden.
-         verwoeste sarcofagen
-         moderne bebouwing over archeologische plekken
-         de verwoesting van Kamid el-Loz
-         de kunstmaffia
63.2.8.The biggest supermarket in   R.Fisk
       Lebanon


Goed, de mensheid heeft het deels aan zichzelf te wijten, dat we in verhouding  nog te weinig over de derde pilaar van onze beschaving weten. We hebben hun graven leeg geroofd. De Romeinen hebben hun steden neergehaald of vakkundig getransformeerd. En als je er dan op uit trekt om nog iets van de resten van hun werkelijkheid op je eigen netvlies vast te leggen, dan wacht slechts een grote deceptie: