donderdag 22 januari 2015

Wegwijs1

wegwijs

Onze westerse maatschappij is doordrenkt van de nalatenschap van de Grieken en Romeinen. Op de middelbare school vullen de vakken geschiedenis en letterkunde veel met de klassieke overleveringen. In kranten, radio en Tv wordt, wanneer men in het verre verleden duikt, voornamelijk teruggegrepen op de antieke wederwaardigheden. Daarnaast is er aandacht voor de Egyptische beschaving. Toch geeft dit voor de moderne mens  een tamelijk eenzijdig beeld. Incidenteel wil er wel eens aandacht zijn voor een ander volk, zoals bij “het goud van de Thraciërs” of dat vreemde Etruskenvolk. De derde steunpilaar van het Romeinse rijk met al zijn verworvenheden werd toentertijd al met stilzwijgendheid overgenomen. De Fenicische en Punische cultuur en economie vormde echter naast de Griekse en Romeinse eigen inbreng de basis voor de klassieke beschaving.  Tijdens de Renaissance viel men in hoofdzaak terug op de Griekse en Romeinse verworvenheden. Tegenwoordig is dat niet anders voor de westerse maatschappij. Alleen spreekt men er nu nog minder over de Fenicisch/Punische erfenis. Kijk bijvoorbeeld eens naar een boekenweekartikel:
78.14.  Krantenartikelen           Boekenweek          Volkskrant
                  ‑ Griekser dan Grieks                          17‑03‑2000

Hoe grieks was Alexander?
Held, wonderdoener, veroveraar, beschaver, halfgod, Macedoniër, verwoester, wrede gewetenloze opportunist. Wat weten we eigenlijk zeker van hem? Ja, hij verwoestte o.a. Tyrus. (Jan Blokker). Boekenweekartikel 17 maart 2000.
De Griekse erfenis staat weer centraal, maar bij uitzondering weet de erudiete journalist en pub;icist dit keer wel de link naar de Feniciërs te leggen.

Natuurlijk zijn er wetenschappers genoeg, die zich wel met de veronachtzaamde erfenis bezighouden. Er zijn ook tijdschriften, die publicaties van hen opnemen. Als men de moeite doet, valt er nog veel te leren. Pak bijvoorbeeld eens het tijdschrift SYRIA en neem zomaar de jaargangen van 1969 en 1970 en een vloed van wetenswaardigheden maakt, dat met een andere en genuanceerder blik naar onze westerse maatschappij gekeken kan worden.

Dit was dus een tijdschift uit Frankrijk. De franse aanwezigheid in de 19e-20e eeuw in het land Syrië zal er niet vreemd aan zijn geweest, dat er een serieus wetenschappelijk tijdschrift over de Syrische cultuur en geschiedenis ontstond. Tegelijkertijd werd ook het cultuurgoed van de Feniciërs daarin meegenomen. Het zijn echter vooral de Italianen geweest, die de Punische zaken vooral aan de orde hebben gesteld. Ook dat behoeft niet grote verwondering op te wekken, want Sardinië en Sicilië waren in de oudheid vele eeuwen lang goeddeels Carthaagse provincies.
Naast het tijdschrift Rivista di Studi Fenici zijn er ook afzonderlijke publicaties verschenen, waaronder het volgende uit 1975:

Italiaanse proeven van Fenicische studies met tal van bijzondere uitkomsten.
 Egyptische godheden op Fenicische inscripties in het oosten: Isis, Osiris, Horus, Bastet, Ptah, Aspis.
 Sieraden in de vorm van hangers komen o.a. voor te Kourion, Ibica, Caralis met de namen Ra en 3tf. De iconen hiervan worden achtereenvolgens aangetroffen in Byblos – Cyprus – Motya – Carthago – Sardinië – Ibica.
 De rituele punische moord is door de tegenstanders sterk uitvergroot. Mensenoffers kwamen ook bij de Grieken, Romeinen, Hebreeën en Arabieren voor.
 Het gedenkteken van Lalla Fatna Bent Mohammed, dat gevonden is op 13 km ten noorden van Safi in Marokko.
 Te Motya is een z.g. troon van Astarte aangetroffen vanuit de 6e-5e eeuw.
 In de inscriptie van Pyrgi wordt een formule gebruikt, waarbij de godheid Melqart in verholen vorm wordt aangeroepen.
 T.a.v. de kolonisatie van Sardinië zijn de volgende bronnen van belang:
De mirabilibus auscultationibus 100, Diodoros IV 29+82 V 15, Sallustius II 6+7, Strabo V 2, Silius Italicus XII 355, Pausanius X 17, Solinus I 61 IV 2, Isodorus XIV 6 e.a.
 Archaïsche elementen in de Fenicische & Punische namen van Sardinië zijn o.a.: ’hšbn, ’l’m, b‘l‘zbl, h.lbn, ktm, mqm, mqr, ‘bdtywn, ‘rm.
 De scarabees van de Monte Sirai op een rijtje.
25.4 Saggi fenici I              collezione di studi fenici  6,centro di studo per la  civilta fenici e punica   1975,   Consiglio nazionale  delle ricerche Roma

Binnen de Italiaanse wetenschappelijke wereld is het Sabatino Moscati, die zich het meest heeft ingespannen om de Feniciërs onder de aandacht te brengen. Hij staat aan de basis van een tentoonstelling in het Palazzo Grassi te Venetie in 1988. Ik was een van de 750.000 bezoekers. Hij schrijft verder een standaardwerk en er is nu na zijn overlijden zelfs een instituut naar hem vernoemd.
De nationaliteit, die met de meest gedegen boekwerken naar buiten kwam, was deDuitse. Zo is daar al in 1879 de heer Otto Meltzer, die de Carthaagse geschiedenis uitgebreid belicht.
De vierde grote natie in West-Europa in deze opsomming althans  wordt gevormd door Engeland en dat land levert zijn bijdrage door o.a. diverse encyclopedieën, waaronder die over de archeologie.

Zodra we aankomen bij de kleinere West-Europese landen, dan wordt de inbreng al heel wat minder, maar Spanje doet het nog heel aardig. Dat mag ook wel, want dit land draagt een eeuwenlange Fenicisch/Carthaagse erfenis met
zich mee. Er was wel enige Duitse hulp bij nodig om tot doorslaggevende publicaties te komen!

De Feniciërs in Spanje.

Hermanfrid Schubart heeft ze goeddeels op een rijtje gezet. Tijdens mijn eerste Spaanse studiereis voorzag hij me van een prima toelichting. Zo kon ik langs Adra, Almunecar, Rio Algarrobo, Rio de Velez, Guadalhorce, Guadarranque en Cadiz het spoor terugvinden. Bepaald interessant is de discussie achteraf tussen Riis, Culican, Niemeyer, Schubart, Aubet, Prausnitz, Röllig en Shefton in de bijlage bij de betreffende publicatie.

34.4.Phönizier im Westen        H.Schubart        Madrider Beitrage
        Phönizische Niederlassungen                       band 8 , 1982
        an der Iberischen Sudkuste                         P.von Zabern/Mainz

Om toch goed geïnformeerd te worden, is het lang niet altijd noodzakelijk om dure boekwerken aan te schaffen:

Los Fenicios.
125 pesetas kostte dit boekwerkje.
34.5. Los Fenicios   A.Blanco Freijro, Historia 16
                                 C.Gonzalez   H.Schubart      

Een Spaanse reis.
Een studiereis van 18 juli tot 25 juli 1986 langs de volgende plaatsen:
Peniscola, Saguntum, Dianium, Calpe, Lucentum, Carthago-nova, Villaricos,
Abdera, Sexi, Trayamar, Morro de Mezquitilla, Chorreras, Toscanes, Mallakka,
Guadalhorce, Calpe, Carteja, Gadir.
Diverse Spaanse instellingen en de heer Schubart voorzagen mij van de nodige informatie.
43.1.Studiereis Spanje        H.van Diessen       1986 NCPHP 1991

Je zou van de Arabische landen mogen verwachten, dat zij enige belangstelling hebben voor het fenomeen. Enerzijds zijn de Feniciërs hun voorgangers geweest op de weg naar het westen en anderzijds liggen de belangrijkste landen van de Feniciërs/Puniërs nu in Tunesië en de Libanon. Er gebeurt wel het een en ander, maar het prille Arabische begin was niet bemoedigend:

Bibliotheek en een barbaar.
In 642 na Chr verovert de Arabier Amr ibn al-‘As Alexandrië. De kalief Omar I geeft bevel tot vernietiging van de bibliotheek, omdat dat in tegenspraak met de koran zou zijn. Men heeft zes maanden nodig om alle papierrollen te verbranden: 700.000 boeken, 400.000 gemengde rollen, 90.000 enkele rollen.
Hiervoor was er al eerder een verwoesting geweest van de bibliotheken van Monseion en Serapeion. Er was dus nog veel meer.
43.2.Bibliotheken en geleer‑  R van den Broek     Voordracht
     den in de Oudheid                            Utrecht 1984 Universiteitsbibliotheek
                                           

Overigens zijn er nu wel hedendaagse Arabische geleerden, die wel een positieve inbreng hebben, zoals Fantar, Slim, Khader e.d.

 

De Amerikanen doen verder hun best met L.Stager. Ik kwam hem nog tegen op een lezing in Amsterdam. Een gezette man met hart voor de zaak. Op TV verscheen hij vele jaren later aan de zijde van Ballard, die twee Fenicische schepen wist te traceren op de bodem van de zee voor de kust van Ashkalon.

De Zweden hebben een complete expeditie op touw gezet op het eiland Cyprus.
De Denen brengen bijvoorbeeld Tell Soekas op de Syrische kust in beeld.

Wetenswaardigheden uit de Syro-Libaneze streek.
Naar Tell Soekas (Shukshu) is een Deense archeologische expeditie afgereisd. De grens van het koninkrijk Oegarit en het koninkrijk Siyannu zou direct ten zuiden van Djebelé (Gabala) hebben gelegen.

Er is zelfs een Poolse visie over de Punische oorlogen.
De Belgen hebben (met Poolse hulp) colloquia georganiseerd en een serie STUDIA PHOENICIA geproduceerd:

STUDIA PHOENICIA Bijdragen van de Interuniversitaire contactgroep voor Fenicische en Punische studies
(Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek)  I.Redt Tyrus II.Fenicische geschiedenis
Ediderunt E Gubel‑E Lipinski‑B Servais‑Soyez uitgeverij Peeters, Leuven, 1983 ORIENTALIA LOVANIENSIA ANALECTA 15
I.REDT TYRUS

Stad der acht beschavingen.
In 1979/80 werd een Belgische werkgroep opgericht voor Fenicische en Punische studies. In het kader van een UNESCO campagne tot het behoud van Tyrus kwam een tentoonstelling tot stand vergezeld door een aantal lezingen vanaf 30 april 1981. Hieraan voorafgaand:
-         De Rebus Tyriorum E.G.Hengstenberg 1832 na Chr.
-         Tyrus bis zur Zeit Nebukadnezar’s  dissertatie Jeremias 1891 na Chr.
-         The History of Tyre Fleming 1915 na Chr.
-         Artikel Tyrus in Real-Enzyklopädie (Pauly & Wissowa), O.Eissfeldt
-         Un grand port disparu Poidebard 1947 na Chr.
-         Tyre through the Ages N.Jidejian 1969 na Chr.
-         The History of Tyre J.Katzenstein 1973 na Chr.
58.1   Inleiding                              E Lipinski

En waar blijft Nederland? Het blijft voornamelijk bij incidenten. Maar, zo heeft er kortgeleden zowaar toch een opgraving plaats gevonden te Carthago onder Nederlandse leiding (Docter), maar daar hebben we lang op moeten wachten.
Enfin, de rol van Nederland houdt niet over. Het is een oude klacht van mij. Ik heb er al lang geleden mee aangeklopt bij diverse instanties t/m de minister aan toe. Het heeft niet of nauwelijks mogen baten. Het is ook ergens wel begrijpelijk, want de enige Feniciër of Carthager, die wellicht de Hollandse kust in zicht heeft gekregen was heel misschien HIMILCO. Het is voor ons de ver-van-mijn-bed-show.
Het wordt nog erger, wanneer we kijken naar de spaarzame publicaties, die in het Nederlands zijn geschreven. Dan past een citaat: Wat in het nederlands geschreven is, is veelal in het water geschreven-à met andere woorden : wijze nederlandse woorden worden in het buitenland nauwelijks gehoord (zoals bij Bolkestein).
Laten we maar gauw teruggaan naar de landen en bronnen, die er wel toe doen.

Serieuze tijdschriften domineren in de verslaglegging over de onderzoekingen, waarbij de Feniciërs/Puniërs centraal of zijdelings aan bod komen. Een enkel populair tijdschrift waagt zich er ook nog wel eens aan, maar dan moet het onderwerp ook wel erg smakelijk zijn: