dinsdag 2 juli 2013

Alalakh


 

ALALAKH

 

De koningen/bestuurders
Verdere toelichting
Zie: Texte aus der Umwelt des Alten Testaments.
Rykle Borger
Historische Texte in akkadischer Sprache

24e eeuw
Wellicht heeft men dan al te maken met Sargon van Akkad (c.2335-2279).  ANET blz267:
Sargon, de koning, wierp zich neer in Tuttul voor Dagan en huldigde (hem). Het bovenland gaf hij hem: Mari, Jarmuti, Ebla en alles tot in het cederwoud en de zilverbergen.
 
23e eeuw
Naram-Sin van Akkad (2255-2218) doet het nog eens over. ANET blz 268.
Nadat in alle eeuwigheid sinds de schepping van de mensen geen koning onder de koningen Arnan en Ebla verwoest heeft, heeft in .... Nergal de weg voor Naram Sin, de machtige, geopend en hem Arman en Ebla gegeven. Ook de Amanus, het gebergte van de ceders en de bovenzee schonk hij hem met de wapens van Dagan, die zijn koninkrijk groot heeft gemaakt. Naram-Sin, de machtige, versloeg Arman en Ebla en van de oevers van de Eufraat tot aan Ulisum toe onderwierp hij de mensen, die Dgan hem kortelings geschonken had en zij droegen de draagkorf van Ilaba, zijn god en hij bedwong de Amanus, de berg van de ceders.
 
22e-20e eeuw: geen berichten van bezoekers van de streek Mukiš  met de plaats Alalakh.
 
19e eeuw: Toch nog een bezoeker: Jachdun-Lim van Mari en een tribuut vorderende Schamschi-Adad I van Assyrië. Die laatste schijnt zelfs zijn naam en gedenktekens in Lab’an geplaatst te hebben (ANET blz 274) in de periode 1814-1781.
 
Eind 19e eeuw
Jachdun-Lim van Mari. ANET blz 556.
Na de oertijd, tien (de) god Mari bouwde, heeft geen in Mari residerende koning, de zee en de bergen van het ceder en de buksboom  bereikt, de grote bergen, waar de boomstammen worden geveld. Het is Jachdun-Lim geweest, de zoon van Jaggid-Lim, de sterke koning en wilde stier onder de koningen, die met kracht en sterkte naar de kust van de zee is getrokken en hij heeft de oceaan een groot koninklijk offer gebracht en zijn troepen hebben in de oceaan gebaad. Hij drong door in het gebergte van de ceders en de buksbomen, de grote bergen. Buksbomen, ceders, cypressen en elammaku-bomen velde hij en hij ondernam een plundertocht, vestigde zijn naam en maakte zijn doortastendheid bekend. Ieder land aan de kust van de oceaan onderwierp zich en voegde zich. Hij liet ze gehoorzamen. Een vast tribuut legde hij hen op en zij brachten hem dit tribuut.
 
Hammurabi van Alalakh + Yamkhad          c.1790 ?
 
Alalakh ligt aan de Orontes in Syrië even het binnenland in. Volgens L.Woolley ligt zijn regering ergens tussen 1780 en 1750 v.C. Hij schijnt een tijdgenoot van Rim-Sin van Larsa te zijn.
Zie boek 161.A FORGOTTEN KINGDOM.
Sir Leonard Woolley. Being a record of the results obtained from the excavations of two mounds Atchana and Al Mina in the Turkish Hatay. Van belang door de ligging aan de noordoost flank van Fenicië.  Max Parrish, London, 1959. 2e editie.
Alalakh ligt net buiten het ‘fenicische’ gebied en is zeker van voor de ‘fenicische’ tijd.
Waarschijnlijk is deze Hammurabi de eerste bekende vorst van Alalakh en niet te verwarren met de Hammurabi van Babylonië, die juist in de periode 1800-1750 doordringt tot aan Karkemisj.
 
t.t.v.Hammurabi van Babylon (1792-1750) vlg.chronologie Sidney Smith.
Albright dateert deze Hammurabi echter van 1728-1686. Volgens L.Woolley klopt dat echter niet met de gevonden bewijzen van Atchana.
Abban van Alalakh + Yamkhad                   tot c.1780 ?
 
Hij is de zoon van Hammurabi.
Zijn regering ligt ergens tussen 1780 en 1750. Er is echter een kleitablet bekend van c.1790 (?), waarop staat, dat Abban, koning van Yamkhad, een rebellie van zijn vazallen neerslaat en de stad Alalakh aan zijn zoon Yarim-Lim overdraagt. Hoe zich dit verhoudt tot de eerder besproken Hammurabi van Alalakh wordt niet erg duidelijk, maar waarschijnlijk is, dat Abban dus oorspronkelijk over Yamkhad regeert en vervolgens ook een tijd over Alalakh.
Zie 161.A FORGOTTEN KINGDOM.
Sir Leonard Woolley. Being a record of the results obtained from the excavations of two mounds Atchana and Al Mina in the Turkish Hatay. Van belang door de ligging aan de noordoost flank van Fenicië.  Max Parrish, London, 1959. 2e editie.
Ook is er een kleitablet bekend, waarbij gezegd wordt, dat Abban zijn vijanden vertrapt en waarbij een godin hem het ANKH teken overhandigt (-> Egyptische invloed).
 
18e eeuw:
Irpa-ada is hoofd van de kooplieden te Alalakh. Voor zijn verworven bezittingen en land moet hij wel 3800 sheqel zilver neertellen.
Zie map 8.6.Handel und Händler   H.Klengel          Leipzig 1979
 
 
 
 
 
 
Yarim-Lim van Alalakh + Yamkhad c.1780-1765 = c.15 jaar
 
Na de dood van Hammurabi schijnt hij ook koning van Yamkhad te zijn geweest. Alalakh en Yamkhad vormen kennelijk een soort twee-eenheid. Yarim-Lim is de zoon van Abban.
Zie boek 161.A FORGOTTEN KINGDOM.
Sir Leonard Woolley. Being a record of the results obtained from the excavations of two mounds Atchana and Al Mina in the Turkish Hatay. Van belang door de ligging aan de noordoost flank van Fenicië.  Max Parrish, London, 1959. 2e editie.
Ammitaku is een burgerlijk goeverneur, die gaat over de geldzaken van de stad.
Stamboom:
Hammurabi c.1790
|
Abban c.1790-1780
|
Yarim-Lim c.1780-1765
|
Niqme-epukh c.1765-1750
 
Niqme-epukh van Alalakh + Yamkhad       c.1765-1750 = c.15 jaar
 
Opvolger en zoon van Yarim-Lim. Overigens lijkt deze naam hetzelfde te zijn als de meer voorkomende vorm van Niqmepa, ook te Oegarit.
Zie boek 161.A FORGOTTEN KINGDOM.
Sir Leonard Woolley. Being a record of the results obtained from the excavations of two mounds Atchana and Al Mina in the Turkish Hatay. Van belang door de ligging aan de noordoost flank van Fenicië.  Max Parrish, London, 1959. 2e editie.
Op een kleitablet komen we de verdeling van eigendommen tegen door Niqme-epukh van de vrouw van Hammurabi. De verdeling vindt plaats tussen Abban en zijn zuster Bittati.
In totaal zijn er door L.Wooley 456 kleitabletten geregistreerd.
 
 
 
Bericht te Ma’er (Mari) aan Zimri-Lim, dat 10-15 koningen Hammurabi van Babylon volgen en dat 10 koningen Yarim-Lim van Yamkhad volgen.
 
Yarim Lim bouwt een paleis, waar Zimri Lim van Mari belangstelling voor heeft. Zo prachtig schijnt het te zijn geweest.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
t.t.v.Rim-Sin I van Larsa (1758-1699)
 
Tussen 1750-1730 grote brand, waarbij alle openbare gebouwen verwoest worden. Is het een opstand of werd de stad door een vreemde macht ingenomen? Merkwaardig, dat alleen de tempel van de godin, die de meesteres van Alalakh werd genoemd, min of meer intact bleef.
Opbloei ‘nationalistische’ keramiek.
 
De donkere eeuwen van Alalakh.
 
Is Niqme-epukh = Niqmepa?
 
Thoetmosis reorganiseert de streek en vormt het rijkje Nuhašši.
 
AIT 52 (Antakya 8988) = aankoop grond en dorp.
De plaats Ipurija (en met) het gehele gebied – lastenvrij – werd door Chepatschechirni en Abiaddu, hun zoon Iarimlim, de heerser van Alalach, voor 1000 scheqel zilver, 1000 Parisu graan, 1000 Parisu emmers?, 6 kruiken wijn (en) 10 vaten olie met hun volle uitrusting tegen de volle koopprijs verworven. Ze zijn betaald, hun hart is tevreden. Wie het verdrag breekt, die zal volgens de norm/naar gelang het ziver en goud aan de god Addu geven, volgens de norm het zilver en goud aan het paleis betalen. Ten overstaan van Atriaddu, de minister, Namidagan, de minister, Werkiba, de burgermeester, Gililaddu, de schrijver. In de maand Kirari op de 5e dag van het jaar van Niqmepuch, de koning, in het jaar van de Mutani, dto.
 
Irkabtum, de koning van Alalach. 17e eeuw?
Hij wordt genoemd in de volgende berichten:
 
AIT 65 Brits museum 131476 uit Alalach.
Koop van een slavin.
33 1/3 scheqel ten laste van Urija. Als dienstpersoneel heeft zij Sumunnabi gekocht. Vrij mag ze nooit weggaan. Ten overstaan van Diniaddu, Zunna, Irkabtum, de priester van Ishtar, Irpa’addu. In het jaar van de koning Irkabtum in de maand Attanatu op de 18e dag.
 
AIT 80 (Antakya 8954)
Ruil van een plaats.
De plaats Witikla heeft geruild met de plaats Zucharuwe met een volle tegenwaarde aan (de koning) Ammitakum, de Nakkuschiet. Ten overstaan van Irkabtum, Abbilimma, Ajan, Iaschuna, Schinurabi, Kaka, Ni[qm]addu, de priester, Uriaddu, Chaliaddu, Schamschiaddu, de schrijver.
Overigens kan in het 2e bericht sprake zijn van een priester , gewone persoon Irkabtum en niet van een koning.
 
17e eeuw
Zie: Dokumente aus Alalach und Ugarit, Manfred Dietrich + Oswald Loretz in: Texte aus der Umwelt des Alten Testaments (map 27.7).
In de tekst AIT 52 staat duidelijk de koning Niqmepuch vermeld en zelfs Iarimlim, zijn voorganger. Moet de tekst dus niet toebehoren aan de 18e eeuw?, of hebben we hier te maken met een Niqmepuch II?
16e eeuw
L.Wooley dateert de inname van Aleppo c.1595 door Mursilis I, maar de Short chronology timeline van Wikipedia geeft voor hem de periode 1556-1526 aan.
Mursilis I, de Hethiet, verovert in 1531 Babylon.
Thoetmosis I veldtocht tot aan de Eufraat 1527 en gaat op olifantenjacht in het land Niya, dat tot Yamkhad behoorde.
Thoetmosis III ontvangt tribuut van Alalakh in 1483.
Taku van Nuhašši en Alalakh                       vanaf 1527
 
Het is een vazal van Egypte volgens L.Woolley, 1953. Na twee  eeuwen schijnt Alalakh weer tot leven komen.
 
 
 
Dood van Thoetmosis III : c.1447 en dus tijd voor opstand op instigatie van de Mitanni.
Niqmepa van Alalakh                                   na 1447
 
Zie: L.Wooley, 1953.
Tijdgenoten zijn: Shaushtater van de Mitanni, Thoetmosis III (1479-1425), Amenhotep II (1427-1401). Hij begint de bouw van een groot paleis. Er komt een verbond met Ir-mermer van Tunip. Er is een opmerkelijk tablet van Shaushtater van de Mitanni gaat over de nationaliteit van een zekere Irip-Khazi, die een burger van Khanigalbat zegt te zijn. Niqmepa bestrijdt dat en Shaushshater beslist in het voordeel van Niqmepa.
Niqmepa moet tussen de belangen van Egypte en de Mittani zijn eigen weg zien te vinden.
Een andere mening vinden we bij: J.Freu, Ugarit et les puissances à l’époque amarnienne, Semitica 50, 2000. Volgens Freu regeert Niqmepa van c.1470-1450 en zijn tijdgenoot is:
Shaushshater I van de Mitanni c.1480-1460
 
 
 
De schrijver Sharruwa maakt een autobigrafie van deze koning, die voor verschillende uitleg vatbaar is, waardoor de volgorde van de koningen anders kan zijn:
Idri-mi
    |
Niqmepa
    |
Ilim-Ilima
 
Thoetmosis IV sluit een verdrag met de Mitanni
van Artatama I in 1420.
 
Ilim-Ilimma van Alalakh + Yamkhad          c.1415 ?
 
Het is de zoon van Niqmepa. Ilim-Ilimma voltooit het paleis van zijn vader. Bij een revolte, die in Aleppo begint, komt hij echter om het leven. Overigens is er een kleitablet van Ilim-Ilimma voorhanden, waarin hij het heeft over zijn broer Ilimi, die 24 shekels van zilver (met de gewichtsstandaard van Alalakh) aan Ba’alaia, de Kanaäniet, leent. Daar moet welk elk jaar rente over betaald worden op straffe van gevangenschap.
Volgens L.Wooley valt zijn regering in de periode 1447-1370 v.C.
Een wat nauwgezettere invulling geeft J.Freu, Ugarit et les puissances à l’époque amarnienne, Semitica 50, 2000. Volgens Freu regeert Ilim-ilimma van c.1450-1425. Zijn tijdgenoten zijn dan Niqmaddu I c.1460-1440 + Yaqaru c.1440-1420 van Oegarit, Parsatater c.1460-1440 en Shaushstater II c.1440-1420 van de Mitanni.
 
 
 
Shutarna van de Mitanni is de aanstichter van de revolte?
 
 
 
 
 
 
Idri-mi van Alalakh                                      c.1405 - 1375?
 
Na de revolte tegen Ilim-Ilima moet Idri-mi eerst vluchten. Hij gaat naar zijn broers te Emar, daarna naar Sutu en vervolgens naar Kanaän te Ammia. Hij verkeert daar 7 jaren in het land van de Apiru-krijgers. Tenslotte onderwerpt hij zich aan Sutarna van de Mitanni en mag terugkeren als koning.  Hij landt met zijn troepen aan de monding van de Orontes bij Al-Mina: Als een man kwamen de landen Niya, Ama’u en Mukishe en de stad Alalakh weer terug bij mij.  Aleppo blijft echter zelfstandig, of komt direct onder de Mitanni! Idri-mi is dus minstens 10 jaar in exil na de dood van Ilim-Ilimi en als diens datering klopt, dan begint de regering van Idri-mi ongeveer in 415 v.C. Wel weten we zeker, dat hij dertig jaar zal regeren.  Mogelijk is dan Thutmosis IV (1401? -1391) een tijdgenoot van hem.
Zijn verbond met de Mitanni verplicht Idri-mi wel om de wapens op te nemen tegen de Hethieten: Aan de golf van Alexandrette worden zeven Hethietische havens geplunderd. Met de opbrengst daarvan wordt de stad Alalakh verder verfraaid. In de provincie Sutu vestigt zich een nomadenstam Bedouin.
L.Woolley beperkt zijn datering tot de ruime periode van 1447 -1370, waarbinnen zijn 30-jarige regering moet vallen. Een geheel andere visie wordt door J.Freu te berde gebracht. Die laat Idri-mi al van c.1495-1470 regeren.
 
 
Shuttarna II huwt dochter van Amenhotep III in zijn 10e jaar
 
 
 
 
 
 
Adid-Nirari van Alalakh                  c.1385 of c.1375 ?
 
De zoon van Idri-mi. Hij is een tijdgenoot van Amenhotep III (1391-1353) en van Dushratta van de Mitanni. Deze laatste wordt overigens in 1375-1370 v.C verslagen door de Hethiet Subbiluliuma.
Vergeefs schrijft Adid-Nirari naar de farao en smeekt hem vergeefs om hulp. De preciese overdracht van de macht aan Takuwa is niet duidelijk.
Andere mening;
J.Freu, Ugarit et les puissances à l’époque amarnienne, Semitica 50, 2000.
Hij plaatst hem als Addunirari in 1470 v.C. Dat is een eeuw eerder!
 
Het jaar 1385 klopt niet met de 30 jarige regeringsperiode van Idri-mi!!!, of is zijn exil van 10 jaar daarbij inbegrepen?
Takuwa van Alalakh                                    c.1375-1370 = 5 jaar
 
Volgens L.Woolley (Forgotten Kingdom, 1953, blz 119) regeert hij c.1375-1370.
Takuwa vraagt de farao (Amenhotep III/Akhenaten) vergeefs om hulp tegen de Hethieten. De Mitanni zijn net verslagen. Takuwa onderwerpt zich dan maar aan de Hethieten, maar zijn broer Akit-Teshup komt bij Niya (Nii) met nog zes stamhoofden nog een keer in opstand. Zij verbinden zich met Akia, koning van Arakhtu, maar worden daar door de Hethieten verslagen.
Takuwa heeft mogelijk dubbels spel gespeeld, want hij en de hele koninklijke familie vallen in ongenade bij Subbiluliuma I. Het paleis en de citadel worden vernietigd.
Subbiluliuma I, de Hethiet, verslaat Dushratta van de Mitanni in 1370
 
Alalakh onder de Hethieten.
 
1347 Subbiluliuma I sterft en onmiddellijk een opstand. Mursilis dempt die al snel. Er verrijst een Hethietische burcht.
 
Entree Myceense handel.
 
 
1289 veldslag bij Kadesj tussen Ramses II en Mursilis II.
Revolte in Aleppo wordt neergeslagen door Muwatallis even voor 280.
273 vrede tussen Ramses II en Hattusilis.
Goeverneur Paluwa. Immigratie Hethietische kolonisten.
 
Nieuwe opstanden, zeker vanaf 1241 v.C bij de val van Babylon.
Tukulti-Inurta van Assyrië invadeert Noord-Syrië.
1194 v.C: complete verwoesting van Alalakh.
ZEEVOLKEN

 

 

Stamboom Niqmepa:
Niqmepa van Alalakh na 1447
|
----------------------------------------
                                                |                                                      |
Ilim-Ilimma van Alalakh + Yamkhad c.1425 ?                       Ilimi
                             |
         ------------------------------------------------
        |                                                                |
Idri-mi van Alalakh   c.1415 - 1385?   Verschillende broers te Emar
        |
Adid-Nirari van Alalakh c.1380 ?

 

Canaanites


 

Canaanites

 

A personal view.

 

Generally is the scientific basis of the year 1200 BC, when the question is raised whether you can speak of the Phoenicians. This opening sentence contains already two untruths. Firstly: 1200 BC is too late chosen and secondly: No Phoenicians. Both corrections are also in contradiction with each other. I will try to explain.
The Phoenicians predicate is affixed by the Greeks and a few centuries later "they" were called Punics by the Romans. That 'they' will be also labeled as Carthaginian is right, because that was the name of their capital at that time.
Who are "they"?
"They" called themselves men of Sidon, of Tyre, Byblos, of Kition, of Carthage etc, etc, etc. If they already were forced to concur under one flag, then they called themselves if necessary Canaanites.
The most recent testimony of Canaanites occurs at St. Augustinus of Hippo in Numidia (also a misnomer!). The farmers in the hinterland of Hippo (today Annaba) still called themselves Canaanites in the late 4th century AD, and they spoke a language that was related to it.
Even Jesus in the New Testament met so around 30 AD still near Sidon and Tyre in Lebanon a Canaanite woman, who also is called Syro-Phoenician.
The Canaanites as a branche of the Amorites occur already at least 2300 years earlier in the Levant, when the countries they have come to inhabit, we now know as Syria, Lebanon, Israel and Jordan. In this immensely long time they were constantly invasions of foreign tribes and nations. Their nature and character changed so constantly and yet they continued to call themselves Canaanites. The immigrants are numberless. To name just a few: Gerzean-people, Mitanni, Egyptians, Mycenaean’s, Cretans, Hittites, Hurrites, Aramaic’s, Hebrews, Hyksos, Assyrians, Greeks and tribes form the Arabic Peninsula.
Despite the fact that their absorption was boundless great, they had to do in a spatial sense eventually give up territory and so the Canaanites increasingly cooperate in and around Lebanon. Their living space was increasingly constrained by the logical consequence that they increasingly resorted to the sea and went searching across the sea. The Greeks came to call them when Phoenicians, but a much better name is Sea-Canaanites.
In Hebrew Canaanite it has the meaning of: merchant / traveler!
Once over the sea they went into their new countries partly again to their original occupation of farmer and they brought the countries of Africa, Sardinia and Iberia for example to agriculture and mine-areas.

But why do we have around 1200 BC according to the scientific world the beginning of the 'Phoenician' identity? And while only around 800 BC the Greeks were called them as such. It has to do with legends, myths and legends (which otherwise may contain a grain of truth!) And also it has to do with to the renewal of the script. I'm not saying: the invention of alphabetic writing, which is around 1200 BCE good throughput, but renewal. The alphabetical turning fact already is found earlier. But around 1200 BC was the "Phoenician" script got a good application and began to spread across the known world. You can not speak of a 'Phoenician' scripture, because it was just a Canaanite alphabetic script.
The year 1200 also has to do with the influx of the Sea Peoples, of which more lately.

But what should we do with all those classic traditions, which let come the "Phoenicians" of the Red Sea or the Persian Gulf? Herodotus, Strabo, Diodoros and others have a thing or thereabouts collected and / or transcribed of each other. Incidentally, there is a single classical witness, who reports that the "Phoenicians" were autochthonous, but most of them are convinced, that they came from elsewhere.
I can imagine that several tribes from Arabia probably located on the Mediterranean coast have settled. Probably this happened gradually, almost stealthily. I can imagine that such a strain (under a different name unknown to us) the temporary nature of a port city on the Levant coast determined, but finally absorbed the Canaanites everything and everyone. I can not imagine that the "Phoenician" nation as a whole Lebanon and surroundings would be marching inside and that the whole thing would have been taken over by them. I believe more in the multiple-origin hypothesis of multiple (unknown) strains probably in different periods. For this reason Tyrus, Sidon, Byblos and Arvad for example differ so much from each other.

Coming back to the Sea Peoples (and indeed also country nations). Around 1200 BC, and after bringing those different states in the Levant to fall or severely cornered. They have done this over decades, but this is also done with an immense shock. Also for the Canaanites. Several coastal cities come in the hands of Sea Peoples. And yet even these Sea Peoples and their maritime knowledge are eventually absorbed. The result is that the process of seafaring Canaanites is accelerated. From Canaanites, who went at sea to wander or for fishing, they became now full Sea-Canaanites. The Sea Peoples were as it were, the ignition mechanism for this process.

I'm now back on the aforementioned legends, myths and legends, that in the wake of the Sea Peoples have arisen. Kadmos, Thasos, Danaos and possibly Elisha are few of them. We will never know what really is exactly true of these stories, but that once a Sea-Canaänite went to Hellas and there have spread the letters, that's for sure. That anyone ever went from Tyre to Carthage to found that city, that's for sure. All these stories let us see the great impact to which the Sea-Canaanites had on especially the Greeks.

Back to the beginning of this essay. Despite that I have explained that we can better speak of Sea-Canaanites, we have to live with the name 'Phoenicians', since it has become so common that we can no longer ignore it.

H.R.van Diessen
Apeldoorn
January 21, 2011.

Revision in 2012.

 

 

zaterdag 25 mei 2013

Expansie Sidon


 

Expansie SIDON

 

Overzicht van plaatsen waarmee Sidon mogelijk iets van doen heeft gehad.
via de volgende ingangen:
 

1.Overlevering: in teksten klassieke auteurs of in inscripties.

Dit kan een kolonie, een factorij of een vastelandsbezitting geweest zijn.

2.(Cluster) naam: via de betekenis van plaatsnamen valt er onderscheid naar clusters te maken en dan valt op, dat Sidon vooral vertegenwoordigd kan zijn in de categorie namen met een natuurlijke betekenis, als dieren, planten, eilanden, hemelen, maar ook gewone huizen.

3.Ešmoen: Deze godheid wordt bij uitstek aanbeden te Sidon. Hij komt onder andere namen ook voor als Asklepios (as) of Esculapius (ESC) of Apollo (ap). Zijn voorkomen kan duiden op enige bemoeienis van Sidon.

1.Via een overlevering
2.Via (cluster) naam
3.Via het voorkomen van Ešmoen
Fenicië
 
 
Tripolis (3 steden) Wahliya
 
 
 
 
Marathus / Amrit
Kolonie Arvad
 
Arvad / Ruad
 
 
Sumur / Simyra / Kazel
 
 
Berytos / Beiroet
 
 
Sarepta / Sarafand
Kolonie Tyrus
 
Tyrus
 
 
T.el Kheleifeh
 
 
Shiqmona
 
Qartimme / qrtym / stad bij de zee
 
 
Huis Gisimeia / bit-gi-si-mi-a / Biqsmaya
 
 
Hol van de leeuw / šikku / Baramiye
 
 
Hoge huis / bitirume
 
 
Huis van de olijfboom / bit zitti / btzt / Zeiti
 
 
Huis van de vogel / bit supuri / bts.pr / Ornithopolis
 
 
 
 
Overig Azië
 
 
 
 
Oegarit
 
 
Arpad
Factorij Marissa / Maresha
 
 
Dor
 
 
Joppe
 
 
 
 
Nebi Yunes
 
 
 
Egypte
 
 
Factorij Memphis
 
Memphis
 
 
Saqqara
 
 
 
Via een overlevering
Via (cluster) naam
Via het voorkomen van Ešmoen
 
 
Abydos
 
 
Elephantine
 
 
 
Cyprus
 
 
Kolonie Qart-hadašti
 
 
Kition / Larnaka?
 
Kition
 
 
 
Hellas
 
 
 
 
Apulum (ESC)
 
 
Delos
Kolonie Thebe
 
 
Kolonie Oliaros
 
 
Factorij Piraeus
 
 
 
 
 
Afrika
 
 
Kolonie Carthago
Nieuwe (hoofd)stad
Carthago
 
Kaap van Ešmoen / Rusucmon
 
Kambe?
 
 
Kolonie Utica
 
 
Hippo?
Plaats van het paard / Hippo Regius / Annaba
 
 
Plaats van het paard / Hippo Diarrhytus / Bizerte
 
 
Plaats van de apen / Pithekoussai / Thabraca
 
 
Eiland van de bok / Aegimures / Zembra
 
 
 
Oea (ESC)
Kolonie Leptis (magna)
Leptis Magna / groot Lepcis / nieuwe stad
Leptis Magna (ESC)
 
Stad van Tennes? / Cartennae / Ténès
 
 
Eiland van de bomen / ’y ‘rm / kust bij Constantine
 
 
Eiland van de draken of jakhalzen / ’ytnm / etanim / eiland bij Sousse
 
 
Kaap van de patrijs / r’šhqr / Rusuccuru / Dellys
 
 
Kaap van het vee / r’šbbqr / Rusubbicari / Zemmouri el-Bahri
 
 
 
Bulla Regia (ap)
 
 
Maktar (ESC)
 
 
Althiburos (ESC)
 
 
Hr.el-Oust (ESC)
Via een overlevering
Via (cluster) naam
Via het voorkomen van Ešmoen
 
 
Thizica (ESC)
 
 
Lambaesis (ESC)
 
 
Muzuc
 
 
Timgad (ESC)
 
 
Cuicul (ESC)
 
 
Dougga / Thugga (ESC)
 
 
Thuburbo maius (ESC)
 
 
Guelma (ESC)
 
 
Haidra (ESC)
 
 
 
Sardinië
 
 
 
 
San Nicolo Gerei (Merre)
 
 
Sulcis
 
 
Carales / Cagliari (ESC)
Kolonie Nora?
 
Nora
 
Eiland van de havikken / ’yns.m / Carloforte
 
 
Huis van de bron / byt ‘n / Bithia / Torre de Chia
 
 
 
 
Iberisch schiereiland e.o.
 
 
 
Slangeneiland /Phoenissa / Formentera
 
 
Palm / Tamaricum / Palma de Mallorca
 
 
Heer der hemelen / Balsa(mem) / Tavira
 
 
Eiland van de balsemboom / ’ybšm / Ebusos / Ibiza
Ibiza (ESC)
 
 
Cartagena (as)
 
 
Negra de la Fortuna (ESC)
 
 
 
Overigen
 
 
 
 
Puteoli (as)
 
’gš’-- /aigoussa / Favignana
 

 

Het lijkt een indrukwekkende lijst, maar er blijft weinig van over, als we alleen de zekere kolonies en factorijen turven. Dat zijn er mogelijk c.10. Bij de 2e en 3e invalshoek is het voornamelijk een waarschijnlijkheid of een vermoeden, behalve bij het vastelandsbezit (ook c.10 plaatsen).

Als echter alles waar zou kunnen zijn, dan komen we op een totaal van c.75 plaatsen.