|
Fenicische kleding.
Deze komt o.a. tot uiting op diverse gedenkstenen
van Umm el-‘Amed:
-
Ba ‘alyaton uit Umm el-
‘Amed
-
Milkashtart van Hammon
-
Twee personen van Umm el- ‘Amed
-
Vrouw van Umm el ‘Amed
-
Ba ‘alshamar van Umm el- ‘Amed
Het is veelal een jurkachtig gewaad met plooien,
een tuniek en men droeg een platte of cylindrische muts. Dit kan echter
alleen de priesterkleding zijn en was de gewone kledij afwijkend, maar niet
waarschijnlijk, want Plautus laat roepen: “hé, jij daar in je jurk.”
57.21 Le costume
phénicien des stèles A Maes
d'Umm el‑`Amed
Mannenkleding in de 3e eeuw v.C.
Die staat afgebeeld op scheermessen, gedenkstenen en
sarcofagen. Er zijn vier types habijten te onderscheiden:
-
lange jurk, smal tot op de voeten met een centuur. Lange of halflange
mouwen. Wellicht van Egyptische oorsprong.
-
Lange wijde jurk, harmonieus geplooid, meestal zonder centuur en met
lange brede mouwen.
-
Lange ‘oosterse’ kleding met brede mouwen, open uitvoering met
borduursel en in verschillende kleuren.
-
Korte jurk tot aan de knie, zonder hals met lange mouwen en
getailleerd in het midden.
Het valt op, dat alles is genaaid en dat men
nauwelijks gebruik maakt van spelden of gespen. De onderkleding bestaat uit
een lendendoek. Bij koud weer wordt ook gebruik gemaakt van een
schoudermantel. Al met al is de kleding veelzijdiger dan men oorspronkelijk
dacht.
57.26
L'habillement masculin à Carthage à
A Maes
l'époque des guerres puniques
|
zaterdag 20 augustus 2016
Fenicische kleding.
Corvo
Een fabeltje?
Het duo
Bikai ontkracht min of meer het verhaal, dat er Fenicische relicten zouden
zijn op het eiland Corvo (Azoren). Het begint
met een Arabische uitspraak:
Ibn
Khordadbey (c.950) zegt, dat er een waarschuwend monument is om niet verder westwaarts
te gaan: een bronzen ruiter met uitgestrekte arm.
De italiaan
Pizigano zet in 1367 aan de rand van zijn kaart dit monument neer en wel
toevallig op de plek, waar later de Azoren zouden blijken te liggen.
Damien de
Goes rapporteert in 1567, dat er een stenen beeld zou zijn in Moorse
klederdracht met de rechterarm wijzend naar het westen op het eiland Corvo.
Er zou ook een onleesbare inscriptie aangetroffen zijn.
Manoel de
Faria y Sousa herhaalt het bericht in 1628.
In november
1749 wordt op Corvo een zwarte pot gevonden met 2 gouden en 5 bronzen munten
uit het Carthago van 200 v.C en wel bij de fundamenten van een gebouw.
Johan
Podolyn (Zweed) gaat in 1761 naar Madrid, waar hij die muntenschat krijgt van
Fr.Henrique Flores, die voorgaand verhaal vertelt.
In 1835
komt Kapitein Boid te Corvo en de inwoners verhalen nog steeds van het
verhaal van het beeld, waarbij ook Columbus een rol speelt.
De Bikai’s
doen in 1978? Opnieuw het eiland aan en nog steeds waart het verhaal rond,
maar nu is het een richtingsaanwijzer geworden naar Boston met name. Daar
gingen velen van de Azoren werken in de Nieuwe wereld.
Wanneer nu de kaap bekeken wordt (Ponta do Marco)
dan heeft het wel iets van een ruiterstandbeeld. Het echte beeld en het
gebouw zijn inmiddels al lang verdwenen, of zijn daar nooit geweest.
B.S.J
Isserlin doet een archeologisch onderzoek, maar komt niet tot een duidelijk
resultaat? => conclusie: de Fenicische legende van de pilaren van Melqart
als uiterste grens hebben steeds een ander jasje en zelfs een andere plaats
gekregen. De munten kunnen ook stammen uit het Corvo te Portugal.
Archeologisch bewijs ontbreekt. Vrij onwaarschijnlijk, dat de Carthagers er
zijn geweest, te meer, daar de Azoren gemakkelijker vanuit Amerika zijn te
bereiken, dan andersom vanuit Europa.
84.13. A
Phoenician Fable
M.Patricia
Corvo
P.M.Bikai
|
zaterdag 25 juni 2016
Mi-Lim
TELL EL
AMARNA
Site on the
Nile in Egypt .
Ruins of the city of pharaoh Akhetaten (c.1352-1336 B.C). Finding place of 382
tablets (up to the year 2000) in cuneiform script, who are describing the
quarrels in Canaan in the 14th
century B.C. during the reigns of the paraohs Amenophis III and IV and of
Tutankhamon. Most of the tablets contains letters from persons in Canaan to the pharaoh. Letter 101 is particularly
importance, because for the first time non-Egyptian ships were used in attacks
by a mysterious people: the Mi-lim and also by the people of Arwada. Although
it is just before the time, that we are going to speak of the Phoenicians, this
is very curious and peculiar.
Tablet 101
is made by a man in Gubla (Byblos )
to a high Egyptian official or even the pharaoh himself. The beginning of the
letter is missing. The communication starts with the statement, that Haia is an
enemy of the pharaoh. Then the Mi-Lim people and the ships of Arwada are
mentioned. It seems, that the Mi-lim are an independent people, probably of an
island and sea-faring. The people of Arwada seem to have been allied with the
sons of Abdi-Aširta of Amurru towards Gubla.
woensdag 22 juni 2016
Maritime Tharros
THE MARITIME INSTALLATION OF THARROS
(SARDINIA ).
In 1984
there were no traces found of port constructions which could do justice to the
commercial and naval needs of the city. Several suggestions were done such as:
1) a drastic sea level change, 2) a natural harbour or 3) location of a harbour
to the SE of Giovanni di Sinis. All those suggestions could not be proved.
Finally in 1985 a premature solution was found. Special attention was directed
to a “sea wall” which was explored offshore from the SE slopes of the Tophet
Hill. This structure proved to be over 120 m in length and, at several points,
up to 9 m in width. The wall was made of rectangular shaped blocks, measuring
on the average 20 x 30 x 60 cm. A deeper stratum of stones was found underneath
the first. It consisted of rectangular blocks measuring about 120 x 50 cm.
The “sea
wall” runs parallel to the coastline for over 120 meters and turns at both ends
on a slight angle towards the shore. Such a structure could have functioned as
a breakwater enclosing a body of water to form a protected harbour.
See: RSF XV
1987, E.Linder, Haifa .
vrijdag 13 mei 2016
kolommen
DE TWEE HEILIGE PILAREN.
Via Philo van Byblos kennen we de Fenicische geschiedenis
van Sanchuniathon, die als een van de vroegste mensen Ousoos noemt, die te
Tyrus twee gedenktekens oprichtte. Sanchuniathon leefde in de 14e
eeuw v.C (als hij werkelijk heeft bestaan) en Philo vertaalde de Fenicische
tekst in de 1e eeuw na Chr. Van wie stamt de overlevering werkelijk
af?
Van de mythe definitief naar de tastbare steen: Koning
Salomo laat in de 10e eeuw v.C door Fenicische handelslieden een
tempel bouwen, waarschijnlijk naar het voorbeeld van de tempel van Melqart te
Tyrus. Voor zijn tempel bij de ingang staan twee zuilen, die Jachin en Boas
worden genoemd. Herodotos beschrijft vijf eeuwen later de zuilen van de tempel
van Melqart als volgt (I,2):
“...... Ik heb deze
ook gezien: rijk voorzien van alle mogelijke wijgeschenken en er waren daarin
twee zuilen, een van zuiver goud en de andere van smaragdsteen, die des nachts
een geweldig licht uitstraalde.”
dinsdag 10 mei 2016
Verbasteringen.
|
VERBASTERINGEN
De Grieken en Romeinen maken er vaak een potje van als ze
diverse Fenicische en Punische namen willen neerschrijven. Ze hadden van die
taal of dat schrift geen kaas gegeten. Meestal kunnen we desondanks de echte
Fenicische of Punische naam wel terugvinden, maar soms is het vrij moeilijk,
zoals in het geval van HAMILCAR.
De Grieken maken gewag van Amilkhar, Ammilkar of Amilkas.
De Romeinen reppen over Ammicar, Amicar, Admicar, Amilcar
of Hamilcar.
Welke, in dit geval Punische, naam ligt daaraan ten
grondslag?
In inscripties zouden we tegen kunnen komen:
Hmlqrt hamelqart bestaat niet
ḥmlqrt ḥamelqart bestaat niet
’mlqrt ’amelqart bestaat niet
‘mlqrt ‘amelqart bestaat niet
Het grootste deel van de naam Hamilcar vormt geen
probleem, want milcar mist alleen
de t en gecombineerd staat dat
heel duidelijk voor Melqart, de stadsgod van Tyrus.
Het probleem vormt de eerste letter: a, of twee letters: ha.
Zijn daar eventueel letters weggevallen bij de Griekse en Romeinse pogingen
tot omzetting in hun eigen schrift en taal.
Na enig proberen lijken we met de letter n beet te hebben. We vinden een
ḥn-mlqrt = ḥan-melqart in de inscripties (Benz 125). Helaas komt deze naam
slechts een enkele maal voor en dan nog uit de Neo-Punische tijd, terwijl de
meeste Hamilcar’s juist in de literatuur in de Punische periode naar voren
komen. Niettemin omarmt Krahmalkov (Dictionnaire) deze oplossing volmondig.
Toch maar even verder zoeken. Het valt op, dat in één
Romeinse vertaling de letter d
verschijnt in Admicar. Daar moet een reden voor zijn. En dat brengt ons op
het spoor van het veelvuldig voorkomende voorvoegsel abd = dienaar. Dit voorvoegsel wordt vaak gebruikt in combinatie
met godennamen, zoals abd-astarte, of
abd-tanit, of abd-rešef, of in dit geval abd-melqart.
‘bdmlqrt =
abdmelqart. Deze naam komt zeer veel voor (zie Benz 155-161) en ook in
menige foutspelling. We zien bovendien wel meer, dat de Grieken en Romeinen
het ‘moeilijke’ azr of abd vervangen door de
‘gemakkelijkere’ a of ha. Zo wordt azrubaal vervangen door
hasdrubal bijvoorbeeld.
Conclusie:
Etymologisch komt Hamilcar het dichtste in de buurt van
ḥan-milqart, naar dat komt eigenlijk veel te weinig voor en is bovendien in
het Neo-Punisch. De combinatie van de verwisseling van de ‘bd door alleen de
‘ of de ‘h en het voorkomen in grote mate bij de inscripties van Abdmelqart
(827x) en bij de klassieke teksten van Hamilcar, maakt, dat toch voor de
oplossing Hamilcar = Abd-Melqart moet worden gekozen, zoals de Dictionnaire
Lipinski doet.
|
Corruptions
The Greeks and Romans often make a mess of it when they try to write down several Phoenician and Punic names to. They had no idea what that language was about.
In this time usually we
can find nevertheless the real Phoenician or Punic name, but sometimes it is
quite difficult, as in the case of Hamilcar.
The Greeks mention
Amilkhar, Ammilkar or Amilkas.
The Romans mention about Ammicar, Amicar, Admicar, Amilcar or Hamilcar. Which, in this case Punic, name lies at the root? In inscriptions we could might encounter:
Hmlqrt hamelqart does
not exist
ḥmlqrt ḥamelqart does not exist ’Mlqrt ’amelqart does not exist ‘Mlqrt ‘amelqart does not exist Most of the name Hamilcar is not a problem, because Milcar lacks only the t and combined that states very clear to Melqart, the city god of Tyre.
The problem is the first
letter: a, or two letters: ha. Are there any letters dropped in
the Greek and Roman attempts to transpose the name in their own script and
language?
After some trying, we seem
to have success with the letter n.
We find a ḥn-mlqrt = ḥan- melqart in the inscriptions (Benz 125).
Unfortunately, the name only occurs a few times and then from the Neo-Punic
period, while most Hamilcar's just come forward in the literature in the
Punic period. Nevertheless embraces Krahmalkov (Dictionary) this solution
resounding.
Anyway we go on searching a bit further. It is striking that in one Roman translation the letter d appears in the name as: Admicar. There must be a reason for. And that brings us to the track of the frequent prefix abd = servant. This prefix is often used in combination with gods names like Abd-Astarte, or Abd-tanit, or Abd-Rešeph, or in this case Abd-Melqart.
‘Bdmlqrt = abdmelqart.
This name is very common (see Benz 155-161) and also in many spelling error. We
also moreover see that the Greeks and Romans replace the 'difficult' azr or abd by the
'easier' a or ha. Thus the
Phoenician or Punic Azrubaal is replaced by Hasdrubal for example in Latin.
Conclusion: Etymologically, Hamilcar is closest near ḥan- milqart, but that actually comes forward much too rare and is also in the Neo-Punic. The combination of the exchange of the ‘bd by only ‘ or ‘h and presence by a large extent in the inscriptions of Abdmelqart (827x) and in the classical texts of Hamilcar, that nevertheless the solution Hamilcar = Abd-Melqart should be chosen, such as the Dictionary of Lipinski does. |
Het z.g.Teken van Tanit.
Het z.g.Tanit symbool.
Waarschijnlijk heeft het teken dus niets of weinig van doen
met de godin Tanit. De associatie met deze godin is een keer geopperd en
sindsdien is dit een eigen leven gaan leiden. Omdat we nog steeds geen afdoende
verklaring voor het teken, wordt het voor het gemak nog steeds het teken van
Tanit genoemd.
Waar is het dan wel opgebaseerd?
- De meest primitieve vorm van het teken is een trapezium
met aan de bovenzijde een horizontale streep en daar weer een cirkel bovenop.
De streep is soms aan de uiteinden voorzien van een soort haken. In de loop van
de tijd evolueerde het teken van trapezium naar driehoek.
- Een gedenksteen in het heiligdom van Carthago bevat het
silhouet van een priester in biddende houding in een lange jurk, waarop het
teken is aangebracht. Dit suggereert, dat het teken een vereenvoudigde weergave
is van de man, die het draagt.
E.Renan is echter
van mening, dat het teken staat voor de wijding, maar
P.Berger denkt,
dat het teken de konische weergave is van de godheid.
Clermont-Ganneau
legt zich neer bij de gewoonte om het dan maar het teken van Tanit te noemen.
Daarentegen ziet E.Babelon
het teken als een symbool van de Punische heilige drie-eenheid, maar die heeft
nooit echt bestaan.
E.Vassel komt met
een nieuw idee: hij baseert zich op de Fenicische afbeeldingen van Astarte (als
Isis,Hathor) en ziet de figuur als een diagram van een konische steen van de
gekroonde Astarte met de zonneschijf tussen twee koeienhorens en dat valt weer
samen met de horens van de maansikkel.
De verklaringen blijven binnenstromen:
Pater Lagrange
ziet het weer als een ‘gewone’heilige steen.
R.P.Ronzevalle
verwijst naar de overeenkomst met het Egyptische Ankh teken = het teken van
leven.
S.Gsell gaat mee
met de suggestie van Goblet d’Alviella:
het is een fusie van de weergaves van de heilige steen en het Egyptische kruis.
Het is een samenstel van twee basiselementen: de cultus van het altaar aan de
benedenzijde en de godheid als hemels lichaam aan de bovenzijde.
P.Cintas komt tot
de conclusie, dat al deze suggesties niet zorgen voor de oplossing van het
vraagstuk, omdat geen enkele compleet is. Gedurende de gehele Punische periode
heeft het teken de functie van een pentagram, maar dat houdt niet op bij het
getal 5. We zullen daarom nooit weten wat het fundamentele element was, dat
oorspronkelijk gekozen was als basis voor de andere elementen.
Een ding is wel duidelijk. Vanaf het begin was het symbool
compleet en dat begin valt aan het eind van de 6e eeuw of het begin
van de 5e eeuw.
Naar zijn mening heeft het iets te maken met het Ankh-teken,
het betyl- en/of flessymbool of zelfs met de knoop in de gordel van Isis om nog
een paar verklaringen te noemen.
Het benedendeel van het teken geeft zeker een soort altaar
weer. Afbeeldingen van altaren komen meer voor en soms staat er dan een betyle
op, of wat wierookbranders of de staf van Esjmoen. In een enkel geval wordt
zelfs een hele tempel op het altaar weergegeven.
Het is een fundamentele vergissing om het het teken van
Tanit te noemen, want de teken komt ook voor bij andere godheden als Baal Addir
en Baal Hammon. Soms komt een variant van het teken voor met de naam van Baal
in plaats van de cirkel! Weliswaar doet Tanit pas goed haar intrede in de loop
van de 5e eeuw v.C en dat valt dan weer samen met het verschijnen
van dit teken.
D.Harden e.a.
wijzen op de evolutie vanuit een betyle. Zie figuur hieronder. En dan zou het
begin van het teken al in de 8e eeuw v.C geplaatst kunnen worden.
Conclusie:
We moeten het teken van Tanit gauw vergeten, maar kunnen
beter spreken van:
het teken van de godheid, wie dat dan ook op dat
moment en welke plaats dan ook moge zijn.
H.R.van Diessen
Apeldoorn, maart 2010.
Abonneren op:
Posts (Atom)







